article
1.6240016
Enschede zet ‘verbindings- managers’ in voor professionele ondersteuning van én samenwerking tussen sportclubs. Hoe zinvol is dat?
Opinie | De 'verbindingsmanager' doet een alarmbel rinkelen
Enschede zet ‘verbindings- managers’ in voor professionele ondersteuning van én samenwerking tussen sportclubs. Hoe zinvol is dat?
http://www.tubantia.nl/extra/opinie/pieter-jan-klok/opinie-de-verbindingsmanager-doet-een-alarmbel-rinkelen-1.6240016
2016-08-03T14:20:00+0000
http://www.tubantia.nl/polopoly_fs/1.5781388.1470234044!image/image-5781388.jpg
verbindingsmanager,Pieter-Jan Klok
Pieter-Jan Klok
Home / Extra / Opinie / Pieter-Jan Klok / Opinie | De 'verbindingsmanager' doet een alarmbel rinkelen

Opinie | De 'verbindingsmanager' doet een alarmbel rinkelen

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Pieter-Jan Klok is universitair docent beleidswetenschappen aan de UT.
    Enschede zet ‘verbindings- managers’ in voor professionele ondersteuning van én samenwerking tussen sportclubs. Hoe zinvol is dat?

    "Altijd al ‘verbindingsmanager’ willen worden? Dan is er nu de kans. Het sportbedrijf van de gemeente Enschede stelt namelijk op korte termijn vijf vacatures open met die veelbelovende functienaam.” Dit bericht stond een week geleden in de Twentsche Courant Tubantia. De clubs in Enschede geven in grote meerderheid aan dat ze professionele ondersteuning nodig hebben en dat ze graag willen samenwerken. Dus concludeert de gemeente dat een dergelijke verbinder dit mooi kan combineren.

    Te kort door de bocht
    Dat zou wel eens iets te kort door de bocht kunnen zijn. Stel een ouder persoon heeft behoefte aan professionele ondersteuning bij het huishouden en aan meer contact met mensen om zich heen. Als je vervolgens een professional inhuurt om dat contact te organiseren, dan blijft het huis voorlopig nog smerig. De verbinders voor de verenigingen worden voor drie jaar bekostigd door de gemeente, waarbij het geld komt uit een al lopend project en uit de afschaffing van subsidie voor diezelfde verenigingen om sociaal- maatschappelijke projecten te ondernemen. De bekende sigaar uit eigen doos dus, die nu een specifieke bestemming krijgt: gij zult samenwerken.

    Alarmbelletje
    De termijn van het project doet ook een alarmbelletje rinkelen. Die is namelijk drie jaar. En drie jaar is zo ongeveer de standaardtermijn van projecten die onderdeel zijn van wat in mijn vakgebied wel ‘de projectencarrousel’ wordt genoemd. Er wordt drie jaar uitgetrokken om een probleem op een bepaalde manier aan te pakken, soms met succes, maar soms ook zonder. Vervolgens bedenken beleidsmakers weer een nieuw project waar de aandacht en het geld naartoe gaat en zo draait de carrousel weer door, met achterlating van de oude projecten en de mensen die daarbij betrokken waren.

    Bedrag
    Op zichzelf is er wat voor te zeggen om beleid niet voor de eeuwigheid vast te leggen en om na een paar jaar goed te kijken of het werkt en of er wat moet veranderen. Te vaak zien we alleen dat ook redelijk succesvolle projecten het veld moeten ruimen omdat er weer iets nieuws moet worden bedacht. Ik kan niet overzien of dat bij de ondersteuning van sportverenigingen het geval is, maar ik vraag me wel af of sportverenigingen niet meer geholpen zijn met een bedrag dat ze zelf zo goed mogelijk kunnen besteden aan het echte werk waarvoor ze zijn opgericht. Samenwerken is vaak nuttig, maar in de praktijk nogal lastig als er onvoldoende steun is bij alle deelnemers.

    Twentse gemeenten
    Gemeenten in Twente hoef je niet te vertellen hoe lastig samenwerking kan zijn. Afgelopen week kwamen er berichten in deze krant over ‘de strijd om de afslag van de A1’. Zouden Enschede en andere gemeenten trouwens ooit overwogen hebben om ‘verbindingsmanagers’ aan te stellen om hun eigen samenwerking te verbeteren? Ik hoor u al verzuchten: ‘Dat wordt dan wel een extreem uitdagende functie’.

    Eigen werkkring
    Ik moest meteen denken aan een voorval uit mijn eigen werkkring. Een collega sprak met een nog jonge professor die net terug kwam van een overleg waarin collega-professoren alleen maar druk waren met het bevechten van hun eigen territorium. Ja, professoren kunnen er ook wat van. Met een diepe zucht vroeg hij mijn collega: ‘Als ik me ook zo ga gedragen, wil je me dan waarschuwen?’ Het antwoord: ‘Dat zal ik doen, maar ik weet zeker dat je dan niet meer naar me zult luisteren…’.