article
1.6150552
In de afgelopen jaren heb ik regelmatig bovenstaande uitspraak voorbij horen komen en ook zelf wel eens gebezigd. Meestal wordt de uitspraak voorzien van een uitroepteken. Zelf plaats ik er eerder een vraagteken achter. Indische mensen zijn van nature namelijk geen zwijgers, maar eerder een volkje dat graag vertelt. De Oosterse cultuur is bij uitstek een verhalencultuur. Zo is in elke wajangvoorstelling de 'dalang' (verteller) de leidende figuur, wiens poppen een verhaal uitbeelden op de klanken van een gamelanorkest.
Opinie | 'Spreken is zilver en zwijgen is Indisch?!'
In de afgelopen jaren heb ik regelmatig bovenstaande uitspraak voorbij horen komen en ook zelf wel eens gebezigd. Meestal wordt de uitspraak voorzien van een uitroepteken. Zelf plaats ik er eerder een vraagteken achter. Indische mensen zijn van nature namelijk geen zwijgers, maar eerder een volkje dat graag vertelt. De Oosterse cultuur is bij uitstek een verhalencultuur. Zo is in elke wajangvoorstelling de 'dalang' (verteller) de leidende figuur, wiens poppen een verhaal uitbeelden op de klanken van een gamelanorkest.
http://www.tubantia.nl/extra/opinie/wouter-muller/opinie-spreken-is-zilver-en-zwijgen-is-indisch-1.6150552
2016-06-29T09:44:00+0000
http://www.tubantia.nl/polopoly_fs/1.5781542.1456924643!image/image-5781542.jpg
Wouter Muller
Home / Extra / Opinie / Wouter Muller / Opinie | 'Spreken is zilver en zwijgen is Indisch?!'

Opinie | 'Spreken is zilver en zwijgen is Indisch?!'

Foto's
1
Reacties
Reageer
    In de afgelopen jaren heb ik regelmatig bovenstaande uitspraak voorbij horen komen en ook zelf wel eens gebezigd. Meestal wordt de uitspraak voorzien van een uitroepteken. Zelf plaats ik er eerder een vraagteken achter. Indische mensen zijn van nature namelijk geen zwijgers, maar eerder een volkje dat graag vertelt. De Oosterse cultuur is bij uitstek een verhalencultuur. Zo is in elke wajangvoorstelling de 'dalang' (verteller) de leidende figuur, wiens poppen een verhaal uitbeelden op de klanken van een gamelanorkest.

    Toch is er helaas wel reden om de uitspraak te rechtvaardigen. Hoe dat komt? Het antwoord voert ons terug naar de jaren dat Indische mensen in groten getale (naar schatting 300.000 tot 350.000) noodgedwongen hun geboorteland moesten verlaten en zich als enige uitweg in ons land moesten vestigen. Dat gebeurde grotendeels in de jaren 1950-1960.

    Opbouwen
    Dat was ook de tijd dat Nederland overeind krabbelde na de Duitse bezetting en er maar één leus gold: dit land weer opbouwen. Die Indische mensen kwamen uit twéé oorlogen: de oorlog met Japan en de oorlog om de onafhankelijkheid van de republiek Indonesië. Zij zaten vol met de verschrikkingen daarvan, moesten vervolgens hun geliefde moederland verlaten en in een heel ander land opnieuw beginnen. Dan helpt het wel als je in dat land welkom wordt geheten, je verhaal kwijt kan en er geluisterd wordt naar wat je hebt meegemaakt.

    Niets van dat alles! Geen welkom maar een kille ontvangst, geen luisterend oor, maar onbegrip en onwetendheid. Wél verhalen over hoe erg het hiér was geweest. En hoe belangrijk het was om niet achterom te kijken maar vooruit. Niet zeuren, maar aanpakken en aanpassen.

    Wat doet een mens als die na zoveel traumatische ervaringen met zo'n houding wordt geconfronteerd? Juist, die zwijgt! Die houdt zijn mond, maar denkt er het zijne van.

    'Helemaal neks'
    Mijn oom kwam in 1958 met de boot uit Indië in ons land aan. Hij werd opgevangen in een pension op de Veluwe. Pas aangekomen besloot hij met vrienden sigaretten te kopen. In de winkel vertelden ze dat ze zojuist uit Indië waren aangekomen. Waarop de winkelier verbaasd vroeg: "Maar waar hebben jullie dan zo snel Nederlands geleerd?" "Op de boot, meneer", was het antwoord. En buiten zei mijn oom tegen de anderen: "Weet je wat die luitjes hier van ons weten? Helemaal neks!"

    Zo was voor velen de aankomst in ons land in de jaren vijftig. Nu zijn we zeventig jaren verder en komen er opnieuw velen noodgedwongen ons land binnen. Onlangs trad ik met mijn band op voor een paar honderd buitenlandse leerlingen van de ISK (Internationale Schakelklassen) in Enschede. Voor mijn ogen herhaalde zich de geschiedenis, maar nu met jongeren uit landen als Syrië, Irak, Iran. Na afloop vertelden sommigen hun verhaal en ik dacht aan mijn oom, mijn tantes, mijn ouders en al die anderen. Zij moesten uit overleving een enorme prijs voor hun komst naar ons land betalen: zwijgen over je verleden.

    Laten we niet de fout herhalen van veel Nederlanders toen. Laten we de nieuwe Nederlanders welkom heten, luisteren naar hun verhalen, hun eigen verleden erkennen en hen op deze wijze helpen bij hun nieuwe toekomst. Want 'spreken is zilver, maar luisteren is goud!'

    Wouter Muller