Volledig scherm

Opinie | Voor de eeuwigheid

Ik ga kamperen. In een tent. Dat betekent: heel veel spullen. Nou ja, behalve als je zo’n minimalistische kampeerder van het type rugzakje op een afgelegen berg bent. Dat ben ik dus niet.

Door: Gemma Boon

En ik vertik het om een belachelijk bedrag aan een tent uit te geven, die al voor me is opgezet en ingericht. Als ik veel geld uit wil geven, ga ik wel gewoon in een hotel met een echt bed. Dus nu probeer ik mijn volledige inboedel in mijn auto mee te slepen naar Frankrijk. Want een afwasteiltje moet mee natuurlijk, dus ook een afwasborstel en een fles afwasmiddel. Een droogdoek betekent ook een waslijn, en dus ook de bijhorende wasknijpers.

Levensvragen
Voordat je het weet, staat je hele schuur vol kratten onmisbaar materiaal. Terwijl ik over belangrijke levensvragen probeer een beslissing te nemen (hoort een hangmat nu wel of niet tot de onmisbare items voor campinglevensgeluk?) denk ik aan Gerard de Lairesse. Deze schilder uit de late zeventiende eeuw pakte op een dag zijn boeltje en verhuisde van Luik naar Amsterdam.

Stress
Zou hij ook last hebben gehad van keuzestress? Het scheelt dat hij waarschijnlijk gewoon niet zo veel spullen had. En de afwas? Dat was vermoedelijk niet iets waarvan hij wakker lag. In Amsterdam verkochten ze vast ook teiltjes. Bovendien nam hij liever een dienstmeisje in de arm om dat soort klusjes voor hem te doen, zodra hij wat geld had verdiend met schilderen.

Zusjes
Het scheelt ook dat hij niet veel keus had. Volgens de overlevering ontvluchtte De Lairesse de stad Luik om te ontkomen aan de wraak van twee zussen, omdat hij beiden aan het lijntje had gehouden met de belofte om met hen te trouwen. Toen de zusjes daar achter kwamen, probeerden ze hem te vermoorden. Snel naar Amsterdam, dus.

Zonder Facebook en Twitter kon je nog makkelijk van de aardbodem verdwijnen. Hup, op weg naar een nieuwe stad waar je nog geen verleden had. Maar om goede opdrachten van rijke particulieren te krijgen, moesten die rijke heren en dames wel weten dat je wat kon. Je naam moest rondzingen.

Rembrandt
Gelukkig schoot Rembrandt daarbij te hulp. Rembrandt, u weet wel, de bekendste schilder van Nederland, was niet te beroerd om een portret van De Lairesse te schilderen. Misschien had Rembrandt al over hem gehoord. Of misschien was hij geïntrigeerd door de kop van De Lairesse. Hij had namelijk nogal een uitgesproken bakkes; zwaar geteisterd door aangeboren syfilis.

En of het nu dit portret was, of de Franse zwier die hij gaf aan zijn historiestukken, De Lairesse werd de grootste schilder van Amsterdam. U leest het goed: groter dan Rembrandt. Van het Paleis op de Dam tot de mooiste herenhuizen; zijn schilderijen behoorden tot de inboedel.

Hoe kan het dan toch dat u hier misschien wel voor het eerst zijn naam hoort, terwijl ik u niet uit hoef te leggen wie Rembrandt was? Dat is het raadselachtige van het menselijke construct dat wij geschiedenis noemen. Sommige feiten en gebeurtenissen raken door een samenloop van omstandigheden - vaak overgoten met een pikant politiek sausje - in de vergetelheid.

Geruststelling
Dat is best oneerlijk, maar ook een geruststelling. Van de grote hoeveelheid dingen die er dagelijks gebeuren op deze aardbol, is dat wat wij bijdragen zo miniem, dat we niet hoeven te verwachten dat het de geschiedenisboeken ingaat. En zelfs al zijn we een legende in onze eigen tijd - zoals De Lairesse - kan het heel goed zijn dat niemand je naam nog kent als je dood bent.

De tentoonstelling ‘Eindelijk! De Lairesse’ is vanaf 10 september 2016 t/m 22 januari 2017 te zien in Rijksmuseum Twenthe.

© The Metropolitan Museum New York, Robert Lehman Collection, 1975

Volledig scherm

Opinie