Professor Marcel Karperien.
Volledig scherm
Professor Marcel Karperien. © Toma Tudor

Universiteit Twente doet werk, Maastricht gaat met eer strijken

ENSCHEDE - Het baanbrekende diabetesonderzoek waarmee de Universiteit van Maastricht maandag goede sier maakte, komt voor 95 procent uit Twente. „Behalve wat extra subsidie zit er niets Maastrichts aan", stelt professor Marcel Karperien.

De druiven zijn zuur voor Karperien en zijn onderzoeksgroep aan de Universiteit Twente. Z’n collega Clemens van Blitterswijk van de Universiteit van Maastricht presenteerde maandag een bijzondere methode om cellen die insuline maken, te implanteren in het lichaam. Het is mogelijk een oplossing voor mensen met type-1 diabetes, de vorm van suikerziekte waarbij patiënten zelf geen insuline kunnen aanmaken. De cellen worden verpakt in een speciaal membraan van hoogwaardige kunststof. Dat ‘theezakje’ voorkomt dat ze worden aangevallen door immuuncellen. Een idee uit Twente.

Weggekocht
Het was professor Marcel Karperien die vijftien jaar geleden het onderzoek opzette. Samen met onder anderen Van Blitterswijk. Maar twee jaar geleden werd Van Blitterswijk met zijn twintig man sterke onderzoeksgroep ‘weggekocht’ door Maastricht. Van Blitterswijk kreeg in het diepe zuiden meer onderzoeksgeld en mooiere faciliteiten. En nu gaat hij strijken met de eer. „Ik heb het gelezen’’, zegt Karperien afgemeten. „Jammer ja, dat Twente niet is genoemd. Het onderzoeksconcept stoelt geheel op Twents onderzoek. We werken er zelfs nog steeds aan.”

Andere vorm
De braindrain is met het vertrek van Van Blitterswijk en zijn mensen niet gestopt. Onlangs zag Karperien ook onderzoeker Aart van Apeldoorn vertrekken naar Maastricht. Toch wordt er op de UT volop doorgewerkt aan het onderzoek naar diabetes. Karperien: „Van Blitterswijk werkt met ‘theezakjes’, wij met dunne kokertjes. Het principe is hetzelfde als in Maastricht, alleen de vorm is anders.”

Sneller
En: waar ‘Maastricht’ denkt binnen vijf jaar een werkend model te hebben om in mensen toe te passen, daar verwacht UT-prof Karperien ‘nog wel wat sneller te zijn...’