article
1.6266671
BORCULO - Jarenlang stopte huisarts Dick ten Hoopen briefjes met enkele trefwoorden in een la van zijn werkkamerbureau in Zuidwolde. Allemaal ideeën voor gedichten en verhalen. Alleen kwam de geboren en getogen Needenaar er maar niet toe ze uit te werken. Totdat hij in 1990 pen en papier pakte, en zijn eerste gedicht schreef. In het Nederlands, want hij wist niet beter.
Oud-Needenaar Dick ten Hoopen loopt tegen verhalen aan
BORCULO - Jarenlang stopte huisarts Dick ten Hoopen briefjes met enkele trefwoorden in een la van zijn werkkamerbureau in Zuidwolde. Allemaal ideeën voor gedichten en verhalen. Alleen kwam de geboren en getogen Needenaar er maar niet toe ze uit te werken. Totdat hij in 1990 pen en papier pakte, en zijn eerste gedicht schreef. In het Nederlands, want hij wist niet beter.
http://www.tubantia.nl/regio/achterhoek/oud-needenaar-dick-ten-hoopen-loopt-tegen-verhalen-aan-1.6266671
2016-08-15T12:44:00+0000
http://www.tubantia.nl/polopoly_fs/1.6266689.1471264976!image/image-6266689.jpg
Neede,verhalenbundel,streektaal,Dick ten Hoopen
Achterhoek
Home / Regio / Achterhoek / Oud-Needenaar Dick ten Hoopen loopt tegen verhalen aan

Oud-Needenaar Dick ten Hoopen loopt tegen verhalen aan

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Streektaalschrijver Dick ten Hoopen draagt voor in De Lebbenbrugge.
      Fotograaf
    BORCULO - Jarenlang stopte huisarts Dick ten Hoopen briefjes met enkele trefwoorden in een la van zijn werkkamerbureau in Zuidwolde. Allemaal ideeën voor gedichten en verhalen. Alleen kwam de geboren en getogen Needenaar er maar niet toe ze uit te werken. Totdat hij in 1990 pen en papier pakte, en zijn eerste gedicht schreef. In het Nederlands, want hij wist niet beter.
     

    ,,Ik praatte altijd in het plat, ook als dokter tegen m’n patiënten”, zegt de 73-jarige Ten Hoopen zondagmiddag op het terras van de Borculose museumboerderij De Lebbenbrugge, waar hij samen met drie andere Achterhoekse streektaalauteurs voordraagt uit eigen werk. „Maar ik stond er nooit bij stil dat ik de gedichten ook in het dialect kon neerpennen. Toen ik m’n eerste klaar had, voldeed ’t niet. Er zat geen gevoel in. Dat was een grote teleurstelling. Ik dacht dat ik niet kon schrijven.”

    Wanneer hij een telefoontje beantwoordde in z’n praktijk, noteerde hij tussentijds altijd woorden uit het Needse patois op een notitieblok. „Een beetje kladderen, noemde ik het. Opeens ontdekte dat ik het zó moest doen. De streektaal gebruiken. Dan staat er tenminste wat ik bedoel, besefte ik. En het mooie was dat mijn moeder, opgegroeid met het Needse dialect, het zo ook begreep.”

    Ze is inmiddels overleden, maar ze maakte nog mee dat haar zoon twee dichtbundels publiceerde, ‘Soms zit ik zomaor onder ’n boom’ (1999) en ‘Gedachtenzaod’ (2001). Voor de laatste poëzieverzameling ontving Ten Hoopen in 2002 de Jaromir, de kunst- en cultuurprijs van Oost-Gelderland.

    Mooie jaren

    Sinds de dood van z’n moeder komt hij niet meer zo vaak in zijn geboortedorp Neede, maar hij heeft er nog steeds een band mee. „Ik ben lid van Sportclub Neede gebleven. Daar beleefde ik in m’n jeugd als voetballer zulke mooie jaren. Het mag me niet gebeuren dat ik een kaartje moet kopen als ik een wedstrijd wil bijwonen. Af en toe mocht ik in het eerste invallen als er veel blessures waren. Maar meestal stond ik opgesteld in het tweede of derde.”

    Bijna een kwart eeuw was hij huisarts in het Drentse Zuidwolde. „Wel bijzonder voor een jongen die als eerste mocht doorleren in de familie. Dankzij meester Buter, de vader van journalist-schrijver Adriaan Buter. Die zorgde ervoor dat ik naar de hbs in Winterswijk ging. Een sensatie in ons gezin. Daarna was de keuze: naar de landbouwuniversiteit van Wageningen of medicijnen in Utrecht studeren. Het werd dat laatste. Tot 1994 had ik m’n eigen praktijk in Zuidwolde. Eerst heel klein met zo’n 1.700 patiënten binnen een straal van omstreeks 25 kilometer tussen IJhorst en Hollandscheveld. Geweldig fijn om zo te werken, veel onderweg voor visites en met veel oude mensen. De praktijk groeide en groeide, tot 3.400. Toen was ’t niet meer te doen, en heb ik de boel uiteindelijk overgedragen. Ik wilde meer tijd voor mezelf, deed alleen nog keuringen en invalwerk.”

    Bewondering

    Gaandeweg kon Ten Hoopen zich storten op het schrijven in het dialect. „Ik maak nu ook verhalen. Die zijn gebaseerd op wat ik meemaakte als huisarts. Het gaat me daarbij niet om de ziektes maar om de mensen die ik tegenkwam. Misschien schatte ik ze aanvankelijk niet zo hoog in. Toch kreeg ik gedurende hun behandeling bewondering hoe sterk ze omgingen met tegenslagen door hun ziekte. Die verhalen zaten al twintig, dertig jaar in m’n kop, nu komen ze eruit met behulp van de briefjes uit m’n la. Ik wil het ook zo eenvoudig mogelijk vertellen. Je zult in mijn betogen geen aparte woorden uit het plat aantreffen. Begrafenis wordt echt geen groowe. Alleen bij lezingen in Drente pas ik een verhaal soms aan, daar kennen ze Twentse begrippen als bokse niet. Dat wordt dan broek.”

    Hij is bezig een verhalenbundel samen te stellen, die binnen afzienbare tijd verschijnt. „Maar het moet nog één geheel worden, anders heeft ’t geen zin. Da’s best moeilijk, omdat ik tegen veel verhalen gewoon ben aangelopen.”

    En samen met de uit Aalten afkomstige Henk Lettink is hij een overzicht aan het voltooien van streektaalschrijvers tussen 1950 en 2000 uit de Achterhoek en de Liemers, waaraan de in 2015 overleden dialectpionier Henk Krosenbrink uit Winterswijk ooit begon. „Een gigantische klus, maar het gaat over een jaar uitkomen als de Dialectkring zestig jaar bestaat.”