article
1.6636105
ENSCHEDE - In het boek Odyssee Fernweh schetst schrijver en schilder Jan Cremer (76) uit Enschede de meeslepende familiekroniek van zijn ouders. Jan’s zoon Cliff Cremer (51) vond een ander verleden. De twee staan lijnrecht tegenover elkaar.
Leestip | Schrijver Jan Cremer en zoon lijnrecht tegenover elkaar
ENSCHEDE - In het boek Odyssee Fernweh schetst schrijver en schilder Jan Cremer (76) uit Enschede de meeslepende familiekroniek van zijn ouders. Jan’s zoon Cliff Cremer (51) vond een ander verleden. De twee staan lijnrecht tegenover elkaar.
http://www.tubantia.nl/regio/enschede-en-omgeving/enschede/leestip-schrijver-jan-cremer-en-zoon-lijnrecht-tegenover-elkaar-1.6636105
2016-11-13T07:01:00+0000
http://www.tubantia.nl/polopoly_fs/1.6636212.1478892944!image/image-6636212.JPG
Enschede
Home / Regio / Enschede en omgeving / Enschede / Leestip | Schrijver Jan Cremer en zoon lijnrecht tegenover elkaar

Leestip | Schrijver Jan Cremer en zoon lijnrecht tegenover elkaar

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      De Cremers aan de Emmastraat in Enschede. Van links naar rechts moeder/oma Rózsa, Jan en zijn halfzuster Irma. Op de voorgrond de broers Cliff en Clinton Cremer.
    ENSCHEDE - In het boek Odyssee Fernweh schetst schrijver en schilder Jan Cremer (76) uit Enschede de meeslepende familiekroniek van zijn ouders. Jan’s zoon Cliff Cremer (51) vond een ander verleden. De twee staan lijnrecht tegenover elkaar.

    Op deze plek vindt u beide lezingen. Gebruikt u de Tubantia-app? Klik dan hier om de verhalen te lezen.

    Het verhaal van Jan Cremer

    foto

    De Cremers aan de Emmastraat in Enschede. V.l.n.r. moeder/oma Rózsa, Jan en zijn halfzuster Irma. Op de voorgrond de broers Cliff en Clinton Cremer.

    Na de dood van zijn moeder Rózsa (83) in 2001, zegt Jan Cremer op haar zolder in Enschede een koffer vol brieven, documenten en foto’s gevonden te hebben. Die zet hem op het spoor van zijn familieverleden. In Odyssee Fernweh gaat hij de gangen na van zijn ouders.

    Cremer senior is een rijzige, reislustige avonturier. Voor de oorlog runt hij een elektrotechnische werkplaats aan de Emmastraat in Enschede. Geregeld fietst hij door Europa en het Midden-Oosten, schiet foto’s en tekent verhalen op.

    Verliefd op serveerster
    Terugkerend uit Palestina, in 1937, zit senior in café-restaurant Gobé in Boedapest. Conservatoriumstudente Rózsa is daar parttime serveerster. „Mijn vader valt meteen voor de ravissante donkerharige en blauwogige schoonheid, levenslustig, vrolijk en vol energie, die hem bedient”, schrijft Jan.

    Rózsa moet niets van hem hebben, eerst. Zij leidt een aristocratenclubje met jonge, veelal verarmde graven en baronnen. „Haar familie hoort bij de bevoorrechte klasse.”

    Brieven
    De reiziger blijft avances maken met cadeaus en fooien. De verliefde rokkenjager moet niettemin zijn biezen pakken, onder politiedwang. Maar twee jaar later schrijft Cremer haar brieven, soms vier per week. Hij vraagt Rózsa naar Nederland te komen, de oorlog staat op uitbreken. Senior stuurt een treinkaartje Boedapest-Keulen, schrijft Jan. „Toch nieuwsgierig geworden en op zoek naar avontuur, was ze vertrokken, zonder afscheid van haar familie te nemen.”

    Het station van Keulen, februari 1939: zij is net 20, hij bijna 61. „Toen ze in de Emmastraat aankwam, barstte ze in een onbedaarlijke huilbui uit”, meldt Jan. Alles valt tegen, van het huisje met de werkplaats in het ‘boerendorp’ Enschede tot achterdochtige bewoners die haar ‘zigeunerin’ noemen.

    Toch trouwen ze...
    Rózsa voelt zich voorgelogen, over zijn leeftijd (geen 48), zijn geloof (niet katholiek) en professie (geen geoloog en professor). Toch trouwen ze, 26 mei 1939. Jan junior wordt 20 april 1940 geboren, Hitler’s 51ste verjaardag. Twee weken later vallen de Duitsers ons land binnen. Rózsa kan niet terug.

    Senior sterft in november 1942. Over zijn dood gaan twee lezingen: na een mishandeling door NSB’ers in hotel De Graaff of na een lang ziekbed, aan prostaatkanker. De jonge weduwe, die geen Nederlands of Twents spreekt, staat alleen voor de opvoeding van Jantje, dan 2,5 jaar.

    In de naoorlogse wederopbouw verhuizen Rózsa en Jan naar een nieuwe woning op het Acaciaplantsoen. Hij trekt al gauw de wijde wereld in. Hij schokt het vaderland in 1964 met Ik Jan Cremer. ‘De onverbiddelijke bestseller’, laat hij afdrukken. Op de cover prijkt hij wijdbeens op een geleende Harley Davidson, een iconisch tijdsbeeld van een rebel.

    'Zo correct mogelijk'
    Nu, een mensenleven later, beschouwt Jan zijn voorgeslacht. Of alles waar is? „Ik probeer een zo correct mogelijk portret van mijn ouders te reconstrueren maar besef tegelijkertijd dat het onvolledig is en op een paar punten misschien niet hoeft te kloppen. Ik ben geen historicus.”

    Jan Cremer gaat niet in op een interviewverzoek van deze krant en reageert niet op Cliff’s kritiek. Zíjn verhaal leest u hieronder.

    Het verhaal van Cliff Cremer

    foto

    Cliff Cremer. Foto: Bert Janssen

    Cliff Cremer (51) wrijft liefdevol over de grafsteen met het jeugdportret van Rózsa Csordás Szomorkay-Wendl. Hier, op de Westerbegraafplaats in Enschede, ligt zijn oma.

    Begaan met oma
    Cliff is tot 2001 regelmatig van Amsterdam naar Twente gereden. Hij kijkt om naar oma; één van de weinigen. Na haar dood ontruimt hij haar huis aan de Sibculobrink. Dat zij documenten, brieven en foto’s bewaarde? „Bullshit, er was niet zo’n mysterieuze koffer.”

    Enschede: stad van z'n jeugd
    Cliff is terug in Enschede, de stad van zijn jeugd. Hier worden hij en zijn broer Clinton, die 22 jaar geleden is doodgeschoten in een ruzie om een vervalst schooldiploma, gedropt. Vader Jan maakt carrière met pen en penseel, hippie-moeder Billy is vaak de kluts kwijt. Zij kunnen of willen de knaapjes en hun oudere zus Claudia niet opvoeden; oma Rózsa moet dat maar opknappen. Uiteindelijk beginnen de Cremer-kinderen aan een gang langs pleeggezinnen en tehuizen.

    Begrafenis zonder veel bezoek
    Cliff schetst haar begrafenis. „Er was maar een handjevol mensen. Het was zoals ze had geleefd: als een soort kluizenaar.” Een priester sprenkelt wijwater, kringelt wierook en leest haar afscheidsbrief voor. „Zelf ben ik de grootste atheïst, maar dat vond ik iets plechtigs hebben.”

    Laatste contact
    Het is de laatste keer dat Cliff zijn verwekker, diens partner Babette en hun zoon Ivan spreekt. Bij oma’s uitvaart knipt hij de band met Ik Jan, zoals hij zijn vader steevast noemt, door. Hij leest Odyssee Fernweh niet, hij houdt niet van gefantaseerde ‘waarheid’.

    Familie in Boedapest
    Na oma’s dood reist hij naar haar geboortegrond en spoort familieleden op in Boedapest. Haar hoogbejaarde broer Miklos vertelt hoe de ontmoeting tussen Cremer senior en Rózsa werkelijk is verlopen. Zij is geen conservatoriumstudente maar kamermeisje in een statig hotel. Ze bakt pannenkoeken als bijverdienste. Als zijn opa langs haar kraam loopt, grijpt hij brutaalweg een net opgegooide pannenkoek uit de lucht.

    „Zó hebben ze elkaar ontmoet”, schetst Cliff. Hij kijkt naar haar portret op de grafsteen, een donkere schoonheid.

    Eenzaam
    Dé fout van haar leven is dat deze weduwe niet teruggaat naar de poesta’s. Ze bestiert een pension aan de Emmastraat en krijgt een dochter, Irma. Jans halfzus wordt geboren na een avontuurtje met een Hongaars handelsreiziger. Cliff traceert haar sporen in Enschede en Den Helder. Irma sterft in 2005 aan kanker. Ze laat eerst haar katten euthanaseren. „Hoe eenzaam moet je dan zijn geweest?”

    In latere boeken van Cremer staan volop familiefoto’s. Cliff: „Die heeft hij meegenomen toen Rózsa in het revalidatiecentrum lag.” Zij wordt na een hersenbloeding verpleegd in ’t Roessingh; halfzijdig verlamd en gekluisterd aan een rolstoel.

    Als een boekenkast op haar been valt, ligt ze wekenlang in het ziekenhuis. Net dan is Cremer vaak in Enschede voor een tentoonstelling. „Hij nam niet één keer de moeite z’n moeder te bezoeken. Daar sprak ik hem op aan. Weet je wat hij zei? Dan staat de hele wereldpers aan haar bed... Dat zegt toch alles? Een megalomane narcist zoals er maar weinig bestaan, zó vol van zichzelf. Ik las dat dit nieuwe boek gaat over de ‘fundamenten’ van Jan Cremer. Niet over z’n vader en moeder, maar over hemzelf.”

    'Andere kant van Jan'
    Cliff belicht al in zijn boek Bomberjack (uit 2000) een andere kant van de schrijver annex schilder. Zo koestert Jan het imago van de eenmansguerrilla. „Oma vertelde dat ze Jan, nadat hij het huis uit was, nooit meer onder vier ogen sprak. Hij had altijd vier, vijf man bij zich. Zo laf, het tegendeel van de 'lone wolf'. Hij is 40 jaar met dezelfde vrouw en woont al lang in een kolossaal pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Meer grachtengordel kun je niet zijn.”

    Cliff ziet hoe de pijnboom, die hij 15 jaar geleden plantte, het zicht op Rózsa’s grafsteen ontneemt. „Precies zoals ze wilde, achter bosschage verstopt. Afgeschermd, zoals ze geleefd heeft.” Hoe anders dan Jan.


    Deze berichten worden gemaakt door:

    foto

    foto




    Newsroom Enschede

    Neem contact op met de redactie:

    Roomweg 81
    7523 BM Enschede
    ( 053 ) 480 38 20
    enschede@tctubantia.nl

    foto