article
1.6422742
BORNE - Museum Bussemakerhuis is op zoek naar nieuwe vrijwilligers voor het weefteam. Want het zou jammer zijn als dit ambacht verdwijnt.
Directeur Bussemakerhuis zoekt 'nieuw bloed' voor op weefzolder Borne
BORNE - Museum Bussemakerhuis is op zoek naar nieuwe vrijwilligers voor het weefteam. Want het zou jammer zijn als dit ambacht verdwijnt.
http://www.tubantia.nl/regio/hengelo-en-omgeving/borne/directeur-bussemakerhuis-zoekt-nieuw-bloed-voor-op-weefzolder-borne-1.6422742
2016-09-21T10:36:00+0000
http://www.tubantia.nl/polopoly_fs/1.6422756.1474454074!httpImage/image-6422756.jpg
Borne
Borne
Home / Regio / Hengelo en omgeving / Borne / Directeur Bussemakerhuis zoekt 'nieuw bloed' voor op weefzolder Borne

Directeur Bussemakerhuis zoekt 'nieuw bloed' voor op weefzolder Borne

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Fotograaf
    BORNE - Museum Bussemakerhuis is op zoek naar nieuwe vrijwilligers voor het weefteam. Want het zou jammer zijn als dit ambacht verdwijnt.

    De nieuwe vrijwilligers moeten in elk geval de steile trap naar de weefzolder op kunnen komen”, lacht Betsie Sassen (73). Zij behoort samen met Elly ten Brink (53) tot de vaste vrijwillige weefsters in museum Bussemakerhuis. Museumdirecteur Liesbeth Hassink zoekt nieuw bloed achter de weefgetouwen.

    Ambacht
    „Doel is om het ambacht door te geven”, vertelt Hassink op de sfeervolle zolder van het Bussemakerhuis. Er staat een aantal authentieke weefgetouwen uit de achttiende en negentiende eeuw. De getouwen zijn liefdevol onderhouden en nog volop in gebruik. Ze vertellen een verhaal en vormen een belangrijk deel van de museumcollectie. „Met het in gebruik houden van de oude getouwen waken de vrijwilligers ervoor dat het ooit in Twente zo vanzelfsprekende weefambacht niet verloren gaat. Kortom: geschiedenis in beweging”, zegt Hassink.

    Niet voor iedereen
    Maar weven is niet voor iedereen geschikt. „Je moet wel enig benul van handwerk hebben en geduld en interesse in het ambacht”, zegt Betsie. De vrouwen hebben wel vaker de begeleiding van nieuwe vrijwilligers op zich genomen. Sommige nieuwelingen zijn afgehaakt omdat ze niet geschikt waren voor het werk. Bovendien is er vaak te weinig tijd om achter het weefgetouw te zitten. De vrijwilligers geven namelijk ook uitleg over het weven tijdens de rondleidingen in het museum.

    Weefjargon
    De 73-jarige Gerry Kleerebezem is in 1993 als een van de eersten begonnen met het weven van theedoeken voor de winkel in het museum. Gerry heeft een grote liefde voor weven. Ze gaat tijdens het gesprek op zoek naar eigengereid linnen. De naam zegt het al. Eigenwijs. Ze komt terug en strijkt liefdevol over het linnen. „Prachtig om te zien en aan te raken maar niet om aan te hebben. Het jeukt”, lacht ze.

    Bijna alle dames hebben een textielachtergrond. Dat is voor nieuwe mensen geen vereiste. Ze krijgen begeleiding van de ervaren weefsters. Dan leren ze ook het weefjargon. ‘Opbomen’ van een weefgetouw bijvoorbeeld. Als de ketting geschoren is, moet die op de kettingboom van het getouw opgewonden worden. Dat doen ze met vijf mensen. “Op de boerderij kwam daar een borrel aan te pas, als de zware klus gedaan was. Wij hebben er vooral veel plezier in.”