article
1.6296202
HENGELO - Het is een vergeten hoofdstuk uit de sociale geschiedenis van Nederland. Duizenden werklozen groeven het nu 80 jaar oude Twentekanaal. Historicus Henk Kleinhout uit Hengelo beschrijft het tragische lot van de gravers.
Leestip | De slaven van het Twentekanaal
HENGELO - Het is een vergeten hoofdstuk uit de sociale geschiedenis van Nederland. Duizenden werklozen groeven het nu 80 jaar oude Twentekanaal. Historicus Henk Kleinhout uit Hengelo beschrijft het tragische lot van de gravers.
http://www.tubantia.nl/regio/leestip-de-slaven-van-het-twentekanaal-1.6296202
2016-08-27T09:53:00+0000
http://www.tubantia.nl/polopoly_fs/1.6296850.1472210964!image/image-6296850.JPG
Regio
Home / Regio / Leestip | De slaven van het Twentekanaal

Leestip | De slaven van het Twentekanaal

Foto's
1
Reacties
Reageer
    HENGELO - Het is een vergeten hoofdstuk uit de sociale geschiedenis van Nederland. Duizenden werklozen groeven het nu 80 jaar oude Twentekanaal. Historicus Henk Kleinhout uit Hengelo beschrijft het tragische lot van de gravers.

    Gebruik je de app? Lees dan hier verder.

    'Wat die mensen is overkomen, dat raakt me. Nog steeds'

    DOOR HERMAN HAVERKATE

    Al in zijn jeugd hoorde hij de verhalen. Over kiepkarren met zand en mannen die bij nacht en ontij tegen een hongerloontje met hun schoppen op pad moesten. "We woonden in Zutphen. Ik heb altijd met dat kanaal geleefd. Hoe slecht het was geweest en hoe zwaar die stakkers het hebben gehad. Maar daar bleef het dan ook bij. Een fatsoenlijk boek over die mensen is er nooit verschenen."

    Ontsluiting

    Het Twentekanaal: laat het woord vallen, en het begint in hem te gisten. "Wat die mensen is overkomen, dat raakt me. Nog steeds", zegt Henk Kleinhout. Tijdens fietstochtjes rond zijn woonplaats Hengelo wordt hij met het kanaal geconfronteerd. "Het is onvermijdelijk aanwezig in het landschap. Een onmisbare schakel in de ontsluiting van Twente, maar hoeveel mensen weten nog hoe het er ooit is gekomen?"

    foto

    De trein voert materiaal aan voor de werkzaamheden.

    Na zijn pensionering als leraar Engels en promotie in de geschiedwetenschap heeft hij nu de daad bij het woord gevoegd. Zijn boek Van dwangarbeid en hongerlonen verschijnt in september, de maand waarin in Hengelo de tachtigste verjaardag van het kanaal wordt gevierd.

    "Het moest er eens van komen. Onbegrijpelijk dat er niets is geschreven over dit grootste werkverschaffingsproject. Het is een voetnoot in de geschiedenis, meer niet. Er is geen literatuur over, er zijn geen boeken. Alleen kranten hebben erover geschreven, en dan meestal in bedekte termen. Het echte verhaal is nooit verteld."

    Zwoegen

    Minutieus, van jaar tot jaar, beschrijft hij het werk aan het kanaal. Het zwoegen van de arbeiders, de conflicten, het autoritaire gedrag van de opzichters, het voortdurend sluimerende oproer dat nooit iets opleverde, de ongevallen en de keiharde manier waarop vermeende werkweigeraars via de rechter werden aangepakt.

    foto

    Kanovaarders in de sluis bij Delden in 1935.

    "Het heette werkverschaffing, maar in feite was het dwangarbeid. De gravers hadden geen keus. Ze verdienden slechts 33 cent per uur, maar dat was nog altijd beter dan wat ze kregen bij weigering. Dan vervielen ze tot pure armoede. Het erge is ook dat ze geacht werden blij te zijn met hun werk. Zelfs de socialisten, mensen als Willem Drees en de Hengelose SDAP-wethouder Voogdgeert, zagen de werkverschaffing als iets positiefs. Zo bleef hun werkritme tenminste behouden en zwierven ze niet langs de straat."

    Het heette werkverschaffing, maar in feite was het dwangarbeid

    Het moeten er duizenden zijn geweest, de gravers van het Twentekanaal. Voormalige veenarbeiders uit de Drentse buurt in Enschede die het wel gewend waren om met een schop te werken, maar ook en vooral textielarbeiders, sigarenmakers en werkers in de metaalindustrie. Mannen die door de crisis hun baan hadden verloren en zes dagen in de week en tien uur per dag werk moesten doen waartegen ze lichamelijk helemaal niet waren opgewassen.

    Schande

    "Velen hadden nog nooit met een schop gewerkt. Het was een grote schande. Door het ploegensysteem kwamen ze meestal ook tussen soortgenoten terecht. Rijkswaterstaat en de Heidemij, de opdrachtgevers, hadden gewoon graafmachines. Tot 1932 werden die gebruikt, daarna mocht dat niet meer. De werklozen moesten het werk doen. Dag in, dag uit. Zand scheppen in kiepkarren die soms wel twee meter hoger stonden dan zijzelf. Alleen bij extreem harde stukken bodem werd wel eens een machine ingezet."

    foto

    Gedenkwaardig moment in 1935: het lossen van het eerste schip in Hengelo.

    De inzet van werklozen was niet onomstreden. Rijkswaterstaat was aanvankelijk geen voorstander. Het werk aan het Twentekanaal, begonnen in 1930, werd aanvankelijk verricht door professionals. Ook elders in Nederland werden echter steeds meer werklozen ingezet, onder meer bij het Julianakanaal en ontginningswerkzaamheden in Drenthe en Overijssel.

    "Mensen als minister Colijn vonden dit noodzakelijk. Alles beter dan werklozen die thuis niets zaten te doen. Opzichters kregen zelfs pedagogische scholing. In de praktijk waren het boemannen, tot geen compromis bereid. Bij het minste gedonder stonden politie en marechaussee klaar. Wie zijn mond open deed, werd direct gekort op zijn loon. De werkers werden ook tot in het absurde gecontroleerd. Zo is er het verhaal van die man uit Enschede die in de schulden zat en uit pure ellende op zaterdag wel eens bloemen verkocht op de markt. Hij werd subiet betrapt. Naar zijn loon kon hij fluiten."

    Wie zijn mond open deed, werd direct gekort op zijn loon

    Oproer

    Acht jaar werd er aan het kanaal gewerkt. In 1936 was het stuk tussen Enschede en Zutphen klaar. Het werk aan de zijtak naar Almelo ging nog twee jaar door. Waarom het - afgezien van een kleine staking in 1938 - in al die jaren nooit tot een groot oproer kwam, zoals in de Jordaan? Kleinhout kan er slechts naar gissen. "Afgezien van de communisten heeft niemand zich ooit om die gravers bekommerd. Ze zijn naamloos. Hun werk is vergeten. Bij de officiële opening moesten ze een kwartje betalen om erbij te zijn, terwijl de notabelen voor niets op de eerste rij zaten. Gerrit Bennink, een van de eerste Twentse socialisten, zei ooit: 'De Twentse arbeider is van een goed slag, maar hij is te braaf.' Misschien heeft hij daarin wel gelijk gehad."