Paul uit Wierden is eerst Molukker, dan pas Tukker

Dit Zijn WijPaul Salakory (65) uit Wierden is een babyboomer. Zijn ouders kwamen in 1951 vanuit Ambon naar Nederland. Hij vertelt over de eerste, de tweede en de derde generatie Molukkers. "De pijn is minder, maar nog altijd niet geheeld." Een monoloog.

'Mijn moeder was zwanger van mij toen ze in 1951 met mijn vader op het schip Asturias stapte, om van Ambon naar Nederland te reizen. Ik mag mezelf dus met recht een babyboomer noemen. In Nederland was er na de Tweede Wereldoorlog een geboortegolf, maar die was er onder de Molukkers zeker ook. Toen ik geboren werd in kamp Vossenbosch, in Wierden, had ik daar meteen een heleboel leeftijdsgenootjes.

Vossenbosch was een barakkenkamp. We zouden er zes maanden verblijven en dan teruggaan naar de Molukken. Dat had de Nederlandse regering onze ouders beloofd. Maar op m'n 18de woonde ik nóg in kamp Vossenbosch. Ik vond het er heerlijk! De deuren van de barakken zaten nooit op slot. Je kon overal zo binnenlopen. In de koude winters hingen er centimeters dikke ijspegels van het dak tot aan de grond. We hadden onze eigen voorzieningen: een eigen schooltje, een hospitaaltje, een bioscoop. Het was een beschermd wereldje, waar ik me veilig voelde.

Wantrouwen

Door Nederlanders werden de Molukse wijken getto's genoemd. Wij moesten verhuizen naar plekken die de Nederlandse overheid ons had toegewezen. We werden met wantrouwen bekeken. Ik snap het wel. Nederland was in de fase van wederopbouw. Mensen vroegen zich af: 'Wie zijn die Molukkers en wat doen ze hier?'. Maar wij zijn een stukje geschiedenis van Nederland. Niet naar Nederland gekomen om economische redenen, maar om politieke redenen. Waarom moesten we verdedigen dat we er waren?

Nederlanders hebben zich onvoldoende verdiept in ons en onze geschiedenis. Dat nam ik ze kwalijk toen ik opgroeide. En nu nog steeds eigenlijk. Het zit diep. Nederland gaat niet correct om met geschiedenis, ook niet in de lesboekjes op school. Wij zijn hier nou eenmaal. Je kunt ons niet wegpoetsen. Onze geschiedenis moet daarom goed geformuleerd worden in de schoolboeken, te beginnen op de basisscholen. 

Volledig scherm
© Carlo ter Ellen DTCT

Excuses

Het zou ook goed zijn als Nederland excuses aanbiedt aan de eerste generatie. Als Japan het kan opbrengen excuses aan te bieden voor zijn rol in de Tweede Wereldoorlog, en Australië biedt de Aboriginals excuses aan, waarom kan Nederland dan géén excuses aanbieden aan de Molukkers? Het zou de pijn verzachten die wij gezien hebben in de ogen van onze ouders. Die pijn is minder, maar nog altijd niet geheeld.

Koffers

De koffers van mijn ouders stonden achttien jaar lang in kamp Vossenbosch, klaar voor terugkeer naar huis. Toen we in 1969 naar de Molukse wijk in Wierden verhuisden, werden de koffers daar opnieuw klaargezet voor vertrek. Mijn ouders leven niet meer, maar één van die koffers staat nu bij mij thuis, in de hal. Ik heb er de naam en functie opgeschreven van mijn vader. De koffer heeft veel symbolische en emotionele waarde voor mij.

Quote

Wij zijn een stukje geschiedenis van Nederland. Waarom moesten we verdedigen dat we er waren?

Paul Salakory

Toen we op m'n 18de verhuisden naar de stenen nieuwbouwwoning in de Molukse wijk in Wierden ben ik een dag later 'gevlucht', terug naar kamp Vossenbosch. Ik vond het doodeng in die nieuwe wijk. Wég was de veilige, beschermde wereld, waarin ik was geboren en opgegroeid. Als ik m'n voet één meter buiten de Molukse wijk zette, was daar de Hollandse wereld. 'Wie ben ik, wat doe ik hier en hoe moet ik me gedragen?', vroeg ik me af. Ik kwam in een flinke identiteitscrisis. Je wordt niet gevormd door jezelf, je wordt gevormd door je omstandigheden.

Leren, leren, leren

Bij discotheken werden we vaak geweigerd. Dat snapte ik niet en niemand wilde het uitleggen. Ik had destijds haren tot aan m'n schouders en een gescheurde broek aan. Nu zie je de jeugd er ook in lopen. Dat is mode, zeggen ze. Veel van mijn vrienden zagen eruit als Jimi Hendrix. We beheersten de taal ook niet goed, want in het kamp spraken we onderling Maleis. De Nederlandse taal is moeilijk te leren, hoor! Soms heb ik nog moeite met verleden tijd en tegenwoordige tijd. Maar het werd er door onze ouders wel ingepompt: leren, leren, leren! Die kennis zouden we dan kunnen meenemen naar Ambon.

Zwarte bladzijde

Terugkeer naar Ambon is er nooit van gekomen. De eerste generatie Molukkers droeg de pijn in stilte. Onze ouders leefden in hun eigen wereld en wilden ons niet opzadelen met hun verdriet. De tweede generatie, waar ik toe behoor, liet de pijn en woede naar buiten komen. Dat heeft in de jaren 70 geleid tot de zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Molukkers: treinkapingen en rellen met de politie. 

Quote

Alles wat ik heb meegekregen van mijn ouders, geef ik door aan de volgende generatie. Ik ben eerst een Molukker en dan pas een Tukker.

Paul Salakory

Ik was toen midden 20. En er was ook nog eens veel jeugdwerkloosheid. Ik botste in die tijd met het gezag - op school, maar ook met politie. Toen was ik niet happy als ik een uniform zag. Ik wil nog steeds niet dat iemand zich meer voelt dan mij. En dat is zeker gelinkt aan mijn geschiedenis.

Kansen voor jongere generatie

Mijn zoon is 25. De derde generatie Molukkers is veel mondiger. Ze kunnen veel beter praten met hun ouders dan mijn generatie. Wij waren hun pioniers. Zij krijgen veel meer kansen dan wij. Als we geslaagd waren voor ons examen, moesten we meteen aan het werk. Doorleren was er meestal niet bij. De jongere generatie heeft die kansen wél en benut ze ook. Het is geweldig om te zien hoe zij zich ontplooit in deze snelle maatschappij. Daar maak ik een diepe buiging voor.

Ik kan zeggen dat ik geïntegreerd ben in de Nederlandse samenleving. Ik heb verschillende banen gehad en werkte 30 jaar bij de gemeente Almelo, onder meer op de afdeling Sociale Dienst en Onderzoek & Statistiek. De laatste drie jaar werkte ik bij Kennispunt Twente in Enschede.

Inmiddels geniet ik van een welverdiend pensioen. Ik beweeg me bewust in twee werelden. Alles wat ik heb meegekregen van mijn ouders, geef ik door aan de volgende generatie. Ik ben eerst een Molukker en dan pas een Tukker.

Almelo e.o.