Volledig scherm
Drie van de zeven Achterhoekse cultuurverbinders. V.l.n.r. Dilsoz Amin , Mebrahtom Sium Hagos en Sona Akil © Reinier van Willigen

Berkellandse statushouders helpen elkaar: ‘Wij slaan een brug tussen culturen’

EIBERGEN/NEEDE - Wie voelt beter aan waar statushouders tegenaan lopen bij de inburgering? Landgenoten die hetzelfde meemaakten. In de Achterhoek helpt het project Cultuurverbinders.

Cultuurverbinders zijn eigenlijk tolken. Maar niet op taalgebied, ze overbruggen cultuurverschillen. Hoewel het  wel handig is dat ze de taal van de te ondersteunen nieuwkomer beheersen. Dilsoz Amin uit Eibergen is twintig jaar in Nederland en werkt in de zorg. Ze is indertijd gevlucht uit Irak en beheerst inmiddels het Nederlands uitstekend. Sona Akil is Syrische van geboorte en belandde ruim vier jaar geleden in Nederland. Ze woont in Neede. Ze spreekt minder vloeiend Nederlands nog, maar redt zich prima. Beiden hameren erop, dat de taal toch wel één van de eerste dingen is waarop een statushouder zich moet storten. Hoe moeilijk dat soms ook is. 

Het Nederlands is echter niet het enige waarmee nieuwkomers worstelen. Veel praktische zaken leveren soms ook problemen op, omdat in Nederland nu eenmaal veel dingen anders geregeld zijn dan in het land van herkomst. Dilsoz Amin: „Bijvoorbeeld de zorg, die is hier anders georganiseerd. Ze begrijpen vaak het systeem van zorgpremies niet en dat je niet hoeft te betalen als je naar de huisarts gaat.”

Sneller een baan

Volledig scherm
© Reinier van Willigen

Amin en Akil maken deel uit van een groep van zeven vrouwen en een man, die zich cultuurverbinders mogen  noemen. Het is een project van Figulus Welzijn, de Achterhoekse gemeenten, de provincie Gelderland en Vluchtelingenwerk Oost Nederland. Een pilot bovendien, want soortgelijke projecten zijn er in den lande elders niet. De resultaten zijn goed, zelfs zo goed dat het project onlangs de Transformatie Trofee 2019 van Sociaal Werk Nederland won. 

De jury was onder de indruk van de degelijkheid van de aanpak. ‘De cultuurverbinders worden opgeleid en gaan bijvoorbeeld mee naar afspraken bij de woningcorporatie of de gemeente. Het zorgt voor een echt welkom in Nederland, het voorkomt dat nieuwkomers stranden in de bureaucratie en geeft ook mensen die al langer in Nederland zijn een rol. De aanpak is effectief: statushouders die meedoen vinden sneller een baan.’

Bijscholen

Vooralsnog geldt dat laatste nog niet voor Akil. De Syrische loopt momenteel stage bij het bureau dat in opdracht van de gemeente Berkelland  het inloopspreekuur voor statushouders houdt. De voormalige rechtbankgriffier zou graag haar vrijwillige activiteiten als cultuurverbinder omzetten in een betaalde baan. Dat is Amin inmiddels wel gelukt, zij werkt twee dagen als zodanig in Aalten. Als ze haar oude werk hier weer wil oppakken betekent dat voor Akil dat ze zich eerst moet bijscholen. 

Quote

Wij helpen statushou­ders hun netwerk te vergroten

Dat brengt het gesprek op het onderwijssysteem in Nederland, dat voor statushouders vaak onbegrijpelijk is. Mebrahtom Sium Hagos, de man in het project en ruim vier jaar geleden uit Eritrea gevlucht: ,,In Eritrea draait alles om cijfers. Die moeten gewoon goed zijn om door te kunnen gaan met je vervolgopleiding. De volgorde is een beetje zoals hier, maar als je niet goed je best doet en je kansen laat lopen, dan krijg je geen tweede kans en moet je in militaire dienst.”

Slecht cijfer

Akil knikt instemmend, in Syrië is het ongeveer gelijk. „In Nederland is motivatie belangrijk en je kunt lang doorstuderen, allerlei opleidingen doen”, zegt ze. „Cijfers zijn minder belangrijk en dat zorgt vaak voor misverstanden bij de statushouders die hier kinderen op school hebben. Als die kinderen dan een keer met een slecht cijfer thuiskomen, dan schrikken de ouders erg, want dat kan echt niet.” 

En zo zijn er legio voorbeelden te noemen waarmee nieuwkomers te maken krijgen en waarbij ze hulp goed kunnen gebruiken. Amin: „Wij slaan een brug tussen de verschillende culturen.  Wij helpen statushouders hun netwerk te vergroten. Contacten leggen met Nederlandse buren en ouders van schoolkinderen. Dat moet echt, niet alleen om de taal onder de knie te krijgen, maar ook om de normen en waarden van Nederland te leren.”