Volledig scherm
De rechtbank in Zutphen. © DG

Onderzoek tegen verdachte hamermoord Winterswijk bijna afgerond

ZUTPHEN/WINTERSWIJK - Ruim een jaar na de gruwelijke moord op de 58-jarige Deme Lulaj in Winterswijk lijkt het onderzoek van het Openbaar Ministerie afgerond. Alleen de advocaat heeft nog een aantal vragen die hij beantwoord wil zien, zei hij maandag tijdens de vierde pro forma zitting voor de rechtbank Zutphen in deze zaak.

Zo moet er volgens de advocaat door het NFI nieuw onderzoek worden gedaan naar het gevonden dna op de jas van de vermoorde Lulaj. Er zijn 31 monsters genomen en de advocaat wil weten of daar geen dna van familieleden van de verdachte Xhevdet D. (37) uit het Duitse Bochum tussen zit. Want die vier broers maakten vaak gebruik van de auto van D. als ze in Duitsland waren. D. verklaarde echter dat zijn broers niet in Duitsland waren ten tijde van de moord.

Bloedwraak

De moord op klaarlichte dag op zondag 29 oktober 2017  in Winterswijk kreeg de naam 'hamermoord’ omdat het slachtoffer met een hamer op zijn achterhoofd is geslagen. De volgende dag overleed hij aan de verwondingen.

Het Openbaar Ministerie boekte een succesje in het onderzoek door dna van de verdachte aan te treffen op de jas van Lulaj. Als motief denkt het OM aan bloedwraak. Er is een getuigenverklaring dat D. aan het einde van die bewuste 29 oktober zich vreemd gedroeg. Hij was witjes weggetrokken en zou tegen iemand gezegd hebben ‘het bloed is gewroken’. 

Tegenstrijdige verklaringen

Of het om bloedwraak gaat trekt advocaat Yannick Quint in twijfel. En als het wel zo was, dan had het ook om een broer kunnen gaan die de moord pleegde, opperde hij. Het bloed dat gewroken had moeten worden is de in 1993 vermoorde vader van de verdachte Xhevdet D. Ook de broers zouden in aanmerking kunnen  komen voor een verdenking, aldus de advocaat.

De volgende zitting is op 19 februari. Ook dan wordt de zaak nog niet inhoudelijk behandeld. Het wordt een regiezitting, waarbij bepaald wordt hoe de rechtszaak zal verlopen en of er getuigen moeten worden opgeroepen. De verdachten blijft zolang vastzitten, ondanks een verzoek van zijn advocaat om hem tot die tijd in vrijheid te stellen. Er ligt volgens het OM niet alleen dna-bewijs, maar er zijn tal van omstandigheden die D. aanwijzen als dader: zijn auto die is herkend, zijn telefoongebruik (die stond grotendeels uit op 29 oktober), getuigenverklaringen en de eigen tegenstrijdige verklaringen van de verdachte.