Volledig scherm
Egbert Jan Riethof (64) is journalist. Hij heeft een dochter (26) en een zoon (23). Egbert Jan woont in z’n eentje in een huis met drie verdiepingen. © Joost Hoving

Zo’n 450 uur per jaar brengt Egbert Jan door op stations

columnZo’n 450 uur per jaar brengt Egbert Jan door op stations, in treinen en bussen. Hij ziet er verlegen wrikkende mensen en haalt zelf ook rare manoeuvres uit.

In de trein staat een vrouw met een grijs knotje op om zich naar de uitgang te haasten. Een hengsel van haar tas heeft zich rond een leuning gevlijd, als een hoepel om een piketpaal. De ruk waarmee het knotje tot stilstand komt is heftig. Wild kijkt ze om zich heen: ben ik belachelijk?

Ongeveer 450 uur per jaar breng ik door op stations en in treinen en bussen. Dan kun je niet de hele tijd filosoferen over de nakende energietransitie of de toekomst van de homo sapiens. Ik ben de vrouw met het grijze knotje dankbaar.

Een man met afzakkende broek laat z’n Hema-worst uit het zakje glippen; met een pets belandt hij (de worst) op de tegels van de stationshal. De man aarzelt: oprapen? Doorlopen? De worst blijft liggen, eenzaam en verlaten.

Quote

Hoekig stort ik ter aarde, tot een potpourri van benen, tas en armen

Egbert Jan Riethof

Een vrouw met een mal hoedje wil inchecken bij een poortje, maar de machine weigert. ,,Sakkerloot’’, zegt ze. Dat woord is van heel ver voor die poortjes werden uitgevonden.

Bij een ingang van een intercity raken een man met een Harry Potter-bril en een jonge vrouw met een onhandige boezem met hun rugtassen stevig aan elkaar verkleefd. Verlegen wrikken ze de klittenbanden los, vreemden voor elkaar, intiem verstrengeld.

Ik heb liever dat alleen anderen gênante dingen overkomen, een illusie. De trein stopt met een schok terwijl ik net zonder houvast een trapje af wankel. Hoekig stort ik ter aarde, tot een potpourri van benen, tas en armen. Twee jongens schieten toe, een jonge vrouw houdt haar lachen niet in.

Niet alles is grappig.

Quote

Als ik aankom gaat het slachtof­fer al schuil achter een haag van lijven

Egbert Jan Riethof

Een oudere vrouw valt voorover van een hoge, steile roltrap. Als een zak aardappelen stuitert ze de treden af. Beneden op het perron ligt ze doodstil. Schimmen schieten toe. Als ik aankom gaat het slachtoffer al schuil achter een haag van lijven.

Later sta ik tegenover twee sombere agenten, met rondom een stuk of wat beveiligers. Voorbijgangers loeren bevreemd naar het tafereel. Pistolen en knuppels hangen aan koppelriemen.

,,Wat gebeurde er?’’
Geen idee. Ze wankelde. Viel.
,,Maar u stond erachter.’’
Geheel juist.
Ze zwijgen.
,,Was u met haar?’’
Huh? Nee.
,,Kende u haar?’’
Nee. Ik heb me alleen gemeld toen er om getuigen werd gevraagd.
De ene agent schudt haar paardenstaart los. ,,Vreemd verhaal’’, mompelt ze.