Een beetje deemoed gevraagd, hoe vervelend dat soms ook is

Er loopt een ragfijne lijn tussen het dossier van de pulsvisserij en de opgeklopte beeldenstorm. Nederland op zijn smalst.

De Nederlandse vissers op schol en tong zijn ten einde raad. Het Europees Parlement heeft met grote meerderheid nee gezegd tegen de pulsvisserij, een techniek waarbij de vis via stroomstoten het net wordt ingedreven. Dat is milieuvriendelijker volgens Nederlandse vissers en opeenvolgende bewindslieden. Bovendien spaart het vissers tonnen diesel waardoor het verdienmodel – en daar gaat het natuurlijk om – een positieve impuls krijgt.

Pulswing

De feiten zijn dat Brussel toestemming gaf voor een test. Tien procent van de boten zou worden uitgerust met het kostbare elektrische vistuig, de pulswing. Maar de oeverloze lobby van de Nederlandse politiek leidde er toe dat alle platvisboten nu de pulswing gebruiken. Hoewel het een test betreft, investeerden vissers miljoenen. Kenmerk van testen is dat ze stopgezet kunnen worden en daar heeft Nederland in haar grenzeloze eigendunk nooit bij stilgestaan. De politiek overspeelde haar hand, de vissers hebben de verleiding niet kunnen weerstaan en nu is Leiden in last. Wat speelt hier op de achtergrond? Het kan zeker zo zijn dat de pulsvisserij gunstig is voor het milieu maar dat is allerminst zeker omdat niet duidelijk is wat de gevolgen zijn voor het bodemleven, de biodiversiteit. Daarvoor was de test bedoeld. Ook wist Nederland dat er verzet zou zijn uit andere visserslanden als Denemarken en Frankrijk. Tot slot ondertekenden honderden topkoks uit 21 Europese landen een manifest waarin ze verklaarden dat vis, via de pulswingmethode gevangen, onvoldoende kwaliteit heeft .

Bescheidenheid

Zelfkennis, zelfreflectie, bescheidenheid: die deugden zijn in dit land matig ontwikkeld. We hebben altijd de neiging gehad ons als navel van de wereld te beschouwen. Van de Hollanditis uit de jaren zeventig tot het debacle met de pulswingvisserij: wij hebben gelijk, dat is evident. Die gedachte. Maar tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, gaapt een enorme kloof. Dat ontgaat dit land vol roeptoeters. Het idee dat wij onaantastbaar zijn, zie je deels terug in de opgeklopte beeldenstormdiscussie. Wat is er aan de hand? Er is één beeld verplaatst en één school wijzigt haar naam. Beide besluiten hebben van doen met het slavernijverleden van respectievelijk Johan Maurits en Jan Pietersz. Coen. Ik ben geen voorstander van naamwijzigingen en beelden verplaatsen, maar de omgekeerde redenering die een groot aantal voorstanders (‘Handen af van onze historische helden’) hanteert, is kenmerkend voor het permanente ‘ja-maargevoel’ in dit land.

Vingertje

Emeritus hoogleraar Piet Emmer ziet een tendens bij nazaten uit het Caraïbische gebied die vinden dat Nederland zijn slavernijverleden royaler moet erkennen. Zij doen dit volgens Emmer vanuit een soort luiheid. Dus niet wij moeten reflecteren op ons slavernijverleden, maar de nazaten van de slaven misbruiken ons verleden om zichzelf te ontzien. Dat vingertje naar de ander: het is onuitroeibaar. Zelfbeheersing, je plaats kennen, deemoed: je zou het zo graag wat meer willen zien in dit land. Maar of het gaat om pulswingvissen of een intelligente omgang met een duister verleden: we hebben het moeilijk onze menselijke gebreken te erkennen. Srebrenica? Er was geen internationale luchtsteun. Politionele acties? Die jongens van Soekarno waren ook geen lieverdjes. Slavernij? Dat was in die tijd nu eenmaal normaal.
De werkelijkheid is dat we niet beter of slechter zijn dan andere mensen op de wereld. Het jammerlijke is dat we dat zo weinig durven erkennen. 

André Vis is voormalig hoofdredacteur van deze krant

Volledig scherm
© Tubantia.nl

Opinie