Volledig scherm
Tandartsinstrumenten. © 3

Justitie vervolgt Apeldoornse broer van ontuchtige tandartsen uit Deventer

De strafzaak tegen de tandartsbroers in Deventer, die zijn veroordeeld voor het betasten van minderjarige patiënten in hun praktijken, krijgt een staartje. Het Openbaar Ministerie verdenkt een derde broer ervan meineed te hebben gepleegd.

P. uit Apeldoorn wierp zich in 2017 op als getuige in de strafzaak van zijn broers. Hij zei aanwezig te zijn geweest bij de behandelingen, als baliemedewerker, en geen aanranding te hebben gezien. Maar P. was helemaal niet aanwezig in de praktijk, zegt het Openbaar Ministerie en zou dus meineed plegen.

De één was tandarts (32) en de ander orthodontist (31). Ze werkten gezamenlijk in twee praktijken in de Achterhoek en Deventer. Het duo zou patiënten, die soms nog pubers waren, onverwachts betast hebben bij billen en borsten tijdens behandelingen. Ze werden in september 2017 veroordeeld.

Verwisseld

Vlak voor de zitting kwam destijds opeens een derde broer in beeld, tot verbazing van advocaten, rechter en officier van justitie. Hij suggereerde verwisseld te zijn met de orthodontist in de röntgenkamer. Als de twee door slachtoffers zouden zijn verward, dan was orthodontist Jahid P. misschien in vele aangiftes niet de ontuchtpleger waarover gesproken werd door de tienerpatiënten, maar mogelijk die assisterende derde broer.

Ouders met hun aanwezige dochters – de slachtoffers – lachten direct. Deze derde broer kenden ze niet en hij leek helemaal niet op de orthodontist. Jahid zat aan hun dochters, niet deze derde broer.

Als de derde broer volgens de rechter inderdaad de ontuchtpleger zou zijn, ontstond voor de orthodontist hoe dan ook een groot voordeel. Hij zou niet veroordeeld worden en kon bovendien orthodontist blijven. Waar hij bij een veroordeling levenslang geschorst zou worden. En de derde broer? Die werd eventueel veroordeeld voor ontucht, maar zijn ‘orthodontie-diploma’ konden ze niet afnemen. Die had hij immers niet. Loog hij daarom uit broederliefde?

Nee, hij loog niet destijds, zei hij gisteren in de rechtbank. Hij was er echt bij, bij de behandelingen. ,,Ik was als assistent het meest onbelangrijk en zou daarom niet opgevallen zijn’’, is het antwoord van de verdachte op de vraag van de rechter waarom geen enkel slachtoffer het over zijn eventuele aanwezigheid had. Even daarna verklaart hij dat hij destijds ook niet wilde aangeven dé ontuchtpleger te zijn. De suggestie van persoonsverwisseling die toen gedaan werd, ook door de advocaat, wilde hij niet doen. Hij wilde getuigen dat zijn broer geen patiënte betastte.

Aangehouden

De rechter houdt de zaak aan. Het blijkt dat onder meer de broers van de verdachte niet zijn gehoord in de meineed-zaak. Dat vindt de rechter essentieel. Op de gang van de rechtszaal zijn zowel de orthodontist als de ‘derde broer’ na afloop van de zitting aanwezig. Hoe komt het dat ze eerder leken te beweren te zijn verwisseld en waarom wordt dat nu ontkracht? Nee, dat willen ze vandaag niet uitleggen.