Volledig scherm
Paul de Leeuw. © Jacqueline de Haas

Een ander soort verkenner dan Schippers

Paul de Leeuw schrijft wekelijks over wat hem bezighoudt. 

Er zijn meer pinguïns op de wereld dan we denken. Dit prachtige nieuws maakt mijn hele week goed. Ben weer eens aan het lijnen, dus in gedachte zie ik alles wat beweegt in mijn mond verdwijnen. Bij pinguïns heb ik dat helemaal niet.

Ik vind pinguïns de leukste diertjes die er bestaan. Volgens mij zijn ze slim en heel erg feministisch. Zo moeten de mannetjes van de keizerspinguïn meer dan twee maanden het ei uitbroeden terwijl de vrouwtjes op zoek gaan naar voedsel. Als ze terugkomen, geven ze het kuiken eten en dan mag de man, die barst van de honger, op zoek gaan naar eten. Ook een geweldige afvalmethode.

Nu is wel mijn vraag: komt het door de klimaatverandering dat er veel meer pinguïns zijn?

Nee! Er is gewoon altijd verkeerd geteld. Met name als het gaat om de adeliepinguïn. We dachten dat er 2,3 miljoen adeliepingüins op de Zuidpool leven, maar het zijn er bijna 6 miljoen. Wat blijkt: alleen de broedpaartjes zijn geteld, of de pinguïns die rond de nesten scharrelen, zeg maar de kraamvisite. De niet-broeders zijn voedsel aan het zoeken, dus die zijn ook niet meegeteld. Tijdens de tellingen waren er ook nog eens veel meer pinguïns aan het zwemmen.

Wie hebben er dan verkeerd geteld? De verkenners. Natuurverkenners. Een heel ander soort verkenner dan Edith Schippers. Of de verkenners bij de padvinderij. Ook ik ben verkenner geweest in mijn jeugd. Na mijn korte voetbalcarrière die na een paar maanden werd beëindigd doordat ons team werd opgeheven. Te slecht. Ons team bestond uit dikkerds, motorisch gestoorden, slechtzienden en één Belg. We waren het best als we bardienst draaiden.

Mijn moeder werd gek van mijn gehang op zaterdag en heeft me naar de padvinderij gestuurd.

Ik heb op zaterdagochtenden heel wat knopen gemaakt. Maanden in een boom gehangen om met mijn medeverkenners een hut te bouwen en daar dan ook een avondje in te blijven slapen, om nog meer te verkennen.

Edith Schippers gaat helemaal niet naar buiten. Die zit de hele dag binnen in een heel sombere kamer en daar komen dan mannetjes, als een soort pinguïns, naar binnen en dan gaan ze uren praten. Soms moet ze knopen ontrafelen, maar ik denk niet dat Edith voorstelt om een avondje in een boomhut te logeren.

Edith moet opstaan en tegen de mannetjes zeggen: ,,Jullie gaan nu op een plan zitten broeden, terwijl ik op zoek ga naar voedsel.’’ En dan drie weken later terugkomen met een volle tas van de afhaal-thai en vragen: ,,En? Wat is er uitgekomen?’’

Verkenner zijn kan zo veel opleveren.

Of, zoals Scouting Nunspeet het verwoordt: ,,Word verkenner! Pannenkoeken bakken, koken op houtvuur, bruggen bouwen van touw en hout, kamperen onder een zeiltje, boogschieten, theater, vliegers maken… en touwen knopen… Lekker naar buiten! Trek de deur achter je dicht en ga de wereld verkennen. Op eigen benen staan en je eigen mening ontwikkelen.’’