Volledig scherm
Hulporganisaties delen reddingsvesten uit voor de kust van Malta. © EPA

Nederland niet achter migratie-akkoord om Italië en Malta te ontzien

Nederland doet niet mee aan het migratie-akkoord van Duitsland, Frankrijk, Italië en Malta. Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) heeft dat in Luxemburg verklaard. 

Dat deed ze bij een vergadering van EU-ministers over de vorige maand gesloten deal tussen de vier landen over de verdeling van migranten die vanuit Afrika de Middellandse Zee oversteken.

,,Het is een positief initiatief maar ik zie te weinig perspectief voor een oplossing om ons nu bij aan te sluiten’’, zei ze na afloop. ,,Bovendien is dit akkoord alleen voor het centrale Middellandse Zeegebied’’. Migranten en vluchtelingen maken gebruik van drie routes om over zee naar Europa te komen.

Geen schepen naar Italië en Malta

Volgens Broekers-Knol steunt maar ‘een drietal lidstaten’ het door de vier landen afgesproken tijdelijke mechanisme om Italië en Malta te ontzien. Die willen al een jaar geen schepen meer toelaten als andere EU-landen niet ook mensen opnemen. Het zou gaan om Luxemburg, Ierland en Portugal. De Italiaanse minister Luciana Lamorgese zei dat de vier landen eraan blijven werken om andere lidstaten over de streep te trekken voor het initiatief.

Den Haag vindt dat er een permanente oplossing voor het Europees beheersen van de migrantenstromen moet komen. ,,Dat begint met het goed toepassen van bestaande asielprocedures en een efficiënt terugkeerbeleid’’, aldus Broekers-Knol. Brusselse voorstellen voor verbetering en hervorming van het EU-asielbeleid zitten echter al vijf jaar muurvast. Ze zei vertrouwen te hebben in de nieuwe Europese Commissie per 1 november om de zaak los te trekken.

De Duitse minister Horst Seehofer (Binnenlandse Zaken) zei vanmorgen nog dat hij er ‘vrij zeker’ van was dat veel EU-lidstaten zich achter het initiatief zouden scharen. EU-commissaris Dimitris Avramopoulos (Migratie) zei voor de vergadering te geloven dat ‘meer lidstaten verantwoordelijkheid zullen tonen. We kunnen niet blijven doorgaan met ad hoc-oplossingen.’