Volledig scherm
Leerlingen van het Comenius College in de aula bij de start van de eindexamens. © ANP

Weet jij het antwoord op de fietsvraag uit het eindexamen Nederlands?

De eindexamenperiode is niet alleen voor de leerlingen zelf spannend. Ook de betrokken docenten en toetsdeskundigen van Cito, die de examenvragen hebben gemaakt, zitten op het puntje van hun stoel. Hoe zal het examen worden ontvangen? Cito-toetsdeskundige Roelien verklaart een vraag uit het examen Nederlands voor vmbo-leerlingen dat vanmiddag werd gemaakt. 

De tekst gaat verder onder de vraag. Het kan even duren voor de vraag geladen is.

Hoe kan het dat een fietshelm de onveiligheid vergroot? Dat is de kern van bovenstaande vraag waarover ruim 60.000 kandidaten zich vanmiddag bogen tijdens het examen Nederlands vmbo-GL/TL.

Zoektocht

Quote

De tekst moet voor alle leerlingen geschikt zijn en mag zeker niet bepaalde leerlingen bevoordelen omdat zij toevallig meer ach­ter­grond­ken­nis over het onderwerp hebben

Roelien, toetsdeskundige

Toetsdeskundige Roelien: ,,Onze zoektocht naar bruikbaar examenmateriaal begon twee jaar geleden al met het speuren naar geschikte teksten. Daarvoor werden veel kranten en tijdschriften doorgespit. Belangrijk is het onderwerp van de tekst. De tekst moet voor alle leerlingen geschikt zijn en mag zeker niet bepaalde leerlingen bevoordelen, omdat zij toevallig meer achtergrondkennis over het onderwerp hebben. De tekst Fietsologie kijkt vanuit een onverwachte invalshoek naar het fietsen in Nederland en leek om die reden geschikt. Ook leek de tekst bevraagbaar en, hoewel dat soms op voorhand lastig in te schatten is, redelijk aansprekend voor de vmbo-leerling."

Aan de tekst zelf wordt zo min mogelijk gesleuteld. ,,Deze tekst is iets ingekort vanwege de lengte van het examen en enkele formuleringen zijn aangepast. Zo is de term 'planoloog' vervangen door het algemenere begrip 'onderzoeker' omdat niet iedere vmbo-leerling zal weten wat een planoloog precies doet.”

Passende vraagstelling

,,Nadat de tekst goedgekeurd was, begon de vraagontwikkeling. Over alinea 6 wilden wij als examenmakers graag een vraag stellen, omdat daarin de opmerkelijke uitspraak gedaan wordt dat een fietshelm tot onveiligheid leidt. Hiervoor wordt een keten van oorzaken en gevolgen geschetst. Begrijpen leerlingen deze redenering? “

,,In eerste instantie lag een open vraag waarin de leerlingen dit gegeven moesten uitleggen voor de hand, maar al snel werd duidelijk dat dit voor problemen kon zorgen. Wat als leerlingen een stap vergeten in hun antwoord? Hebben ze dan daadwerkelijk geen begrip van dit tekstgedeelte? En hoe zit het met de correctie? Bij open vragen antwoorden de leerlingen veelal in eigen woorden. Wat als een leerling het dan heeft over ‘automobilisten’ in plaats van de in de tekst gebruikte term ‘weggebruikers’? Is dat fout?”

,,Uiteindelijk besloten we om bij deze vraag meer sturing te geven. Het is nu aan de leerling om de elementen in de goede volgorde te plaatsen."

Deze examenperiode verklaart een toetsdeskundige van Cito vier keer een examenvraag voor deze krant.

  1. ‘Zeepaarden’ te water bij de Maasvlakte

    ‘Zeepaarden’ te water bij de Maasvlakte

    Wie denkt aan zeepaarden, heeft waarschijnlijk een klein, gracieus onderwaterdiertje in gedachten. Maar vanmiddag aan het strand bij de Tweede Maasvlakte gingen heuse trekpaarden getooid met sleepnetten het water in. Strandwandelaars van jong tot oud keken gebiologeerd toe hoe de edele dieren voor de vangst van garnalen, haringen en nog veel meer het woeste zilte zeewater betraden. Toneelschrijver Simon Weeda, die altijd gefascineerd is geweest door de relatie tussen mens, dier en natuur, wil de oude traditie, waarbij vissers en boeren de handen ineensloegen om een extra zakcentje te verdienen, nieuw leven inblazen.