Volledig scherm
In Almelo wordt volop gebouwd aan de binnenstad. © Lenneke Lingmont

Almelo zit niet stil: stadshart verandert met de week

Mens en StadALMELO - Ook Almelo bouwt volop en werkt aan de stad, waar het centrum veel compacter moet worden. Twee al wat oudere inwoners bezien de ontwikkelingen positief. ,,Maar er mag nog wel een schepje bovenop.”

‘De krant was laatst opvallend positief over Enschede en de binnenstad daar”, zegt een man op leeftijd, met de fiets aan de hand, tegen een eveneens al wat oudere plaatsgenoot. Aan de rand van de bouwwerkzaamheden in het centrum van Almelo zegt de laatste: ,,Hengelo kwam er minder goed af.”

Het is een puur toevallige ontmoeting. Op weg naar een afspraak met een groep betrokken inwoners en bestuurders in Almelo, die bij de aanpak van de binnenstad zijn betrokken, passeert de verslaggever twee mannen die op straat met elkaar staan te praten en ondertussen de vorderingen van de bouwwerkzaamheden aan het Centrumplein aanschouwen.

Het onderwerp waarover zij spreken: de visie van Ton Schaap op de binnenstadsontwikkelingen van Enschede en Hengelo. De stedenbouwkundige bewierookt in het verhaal ‘De dans om de binnenstad’ de ontwikkelingen in het steeds meer bloeiende Enschede, maar is aanmerkelijk kritischer over wat er in ruimtelijke zin elders in Twente gebeurt.

De twee, Hans van Minnen (80) en Wicher Dam (79) zijn beiden al decennialang woonachtig in de derde stad van Twente. Van Minnen, gedurende zijn werkzame leven actief in de autobranche, beziet de bouwlust van Almelo opvallend positief. Sterker nog, er mag nog wel een schepje, een laag, bovenop. ,,Ze moeten méér bouwen en vooral hoger. Kijk naar Rotterdam met die wolkenkrabbers. Dat geeft een stad cachet. Het nieuwe stadhuis is een mooi voorbeeld. Een prachtig gebouw, mooi en modern. Daarom zeg ik: ga nog meer de lucht in. Bouwen voor leegstand? Daar ben ik niet zo bang voor. Aanbod creëert vraag.”

Quote

Ze moeten méér bouwen en vooral hoger. Daarom zeg ik: ga nog meer de lucht in

Hans van Minnen

Stadshart

Terwijl Van Minnen zijn bijna grootsteedse visie spontaan ontvouwt, doen de bouwvakkers een paar meter verderop achter de afrastering hun werk. Want ook in Almelo zitten ze niet stil. Wie het centrum daar af en toe bezoekt, ziet het stadshart met de week veranderen. Dat gebeurt met vereende krachten. In de derde stad van Twente is de leegstand van winkelpanden een paarjaar geleden al onderkend en richt de gezamenlijke inspanning van bestuurders, ondernemers en betrokken inwoners zich nu op de totstandkoming van een compacter en daarmee gezelliger centrum.

De aanwezigheid van water – een zeldzaamheid in Twentse steden – nieuw aan te planten bomen die als een groene long door de stad moeten lopen, een modern Centrumplein dat de vervallen Havenpassage vervangt en de komst van onderscheidende speciaalzaken moeten het ‘nieuwe’ Almelo weer aantrekkelijk maken.

Grote winkelketens zijn natuurlijk welkom, graag zelfs. Maar als die voor andere steden kiezen, is er in Almelo een plan B. De winkelier-in-spé die wel potentie ziet in de binnenstad in Almelo wacht een warme ontvangst. ,,We staan de startende ondernemer vanaf stap één met hulp terzijde”, zegt voorzitter Wiebe Blaauw van ‘Start je winkel in Almelo’. ,,Dat betekent dat we iemand helpen bij het zoeken naar een geschikt pand, maar ook advies kunnen geven bij het opstellen van een businessplan. Samen kijken we dan als ervaren ondernemers die de situatie in Almelo kennen, naar de kansen en de levensvatbaarheid. En voor de financiering zijn er contacten met Qredits”, zegt Blaauw over de betrokkenheid van de onafhankelijk en in Almelo gevestigde kredietverstrekker.

Volledig scherm
Almelo in 1900. Op dezelfde plek is de foto bovenaan dit artikel gemaakt. © Lenneke Lingmont

Compact

Al met al moet een compact centrum ontstaan. Op straat, aan de rand van de bouwplaats, oordeelt oud-werktuigbouwkundige Wicher Dam positief. ,,Ik denk dat we vooral de charme van Almelo moeten zien te behouden. Geldt ook voor Twente. We hebben een prachtige streek hier. Dat moet zo blijven. Koester dat, vind ik.” ,,Maar die schoonheid levert geen werk op”, countert Van Minnen. ,,Dat hebben wij niet meer nodig, maar onze kleinkinderen wel.” Hij zegt dan, uit zichzelf: ,,Almelo zou eigenlijk tien- of vijftienduizend inwoners meer moeten hebben. Dan stel je als stad toch meer voor en haal je meer werk en activiteiten naar je toe. Het bruist dan meer.”

Almelo en Twente mogen wel wat meer lef en ambitie tonen, vindt Van Minnen. ,,Daarom is het ook zo zonde dat het vliegveld er niet is gekomen. Dat zou geweldige zijn geweest voor de regio, het had Twente vooruit geholpen. En ze hadden er één Twentestad van moeten maken. Eeuwig zonde dat die er niet is gekomen. Nu zijn het veertien koninkrijkjes die voortdurend met elkaar overhoop liggen.”

Almelo e.o.