Hoe de wereld van Twitter
pardoes de echte wereld werd

Gaat het echt zo goed met ons land? Ja mensen, in het land van de digitale ophef gaat het echt zo goed als het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt.

Een jaar of tien geleden maakte een collega mij attent op een boek van Andrew Keen, een internetpionier uit Silicon Valley. Keen had een prachtig verleden. Zoon van een lompenboer uit Londen, opgegroeid met Beatles en Stones, vertrokken naar Californië en uiteindelijk een van de bazen die rond 1990 de digitalisering van de wereld vorm gaf. Van een trouw gelovige die dacht dat het internet het sluitstuk van de emancipatie van de arbeider was, groeide Keen allengs uit tot een profeet die waarschuwde voor de fatale gevolgen van het wereldwijde web.

Gewillig slachtoffer

Keen had verwacht dat de mens zijn kennis zou verrijken via het internet omdat alle bronnen vrij beschikbaar kwamen. Het tegendeel gebeurt, zo schreef hij in het boek The Cult of the Amateur. De mens verrijkt niet zijn kennis, maar wordt een gewillig slachtoffer van amateurs die hun ideeën verspreiden alsof ze wetenschappers zijn. Ieder mens is gelijk maar niet ieder mens heeft gelijk, was een slogan van Keen.

Ik moest hieraan denken toen vorige week het rapport De sociale staat van Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau verscheen. Er zaten punten in die tot waakzaamheid nopen en ondersneeuwden in de reeks positieve conclusies. Maar de algemene teneur was terecht: ons land heeft de laatste 25 jaar enorme vooruitgang geboekt. We leven langer (mannen gemiddeld liefst zes jaar ten opzichte van 1990), blijven langer gezond, er is minder criminaliteit en - jawel - we denken positiever over migranten, om wat pareltjes te noemen.

Ontroerend moment

Degenen die het negatieve waas voor ogen weghalen en nuchter kijken naar de werkelijkheid zijn niet verrast door deze conclusies. Zelf zat ik twee jaar geleden in het raadhuis van Rijssen-Holten waar getracht werd vrijwilligers te werven om de opvang van vluchtelingen in goede banen te leiden. Er zaten honderden burgers die bereid waren hun steentje bij te dragen, dwars tegen de sombere tijdgeest in. Een ontroerend moment. Maar de ongeregeldheden in Geldermalsen en Steenbergen haalden het journaal, niet de warmte van de mens in Rijssen-Holten.

Nu terug naar Andrew Keen. De stroom aan informatie, desinformatie, opgeklopte informatie zou de stabiliteit van de samenleving bedreigen, zo dacht Keen. Hij heeft gelijk gekregen. De opmars van Twitter en Facebook was de laatste stoot naar een wereld waarin de leugen als een waarheid werd gezien en de waarheid als een leugen, simpelweg omdat niet meer de expert leidend was maar de macht van de massa. En in die ontwikkeling speelden de traditionele media een essentiële rol.

Verbinding

Er heeft onbedoeld een verbinding plaatsgevonden tussen de professionele wereld (de traditionele media die op basis van kennis en expertise geacht worden te selecteren) en de buitenwereld (de burgers die veelal meepraten op basis van emotie en gevoel). De fittie op Twitter werd de discussie in de talkshows, het hoofditem in het journaal, het leidende stuk op de opiniepagina. Tweets van Geert Wilders leidden tot berichten op Teletekst 101 en berichten in de kranten. In zo’n klimaat wordt de virtuele wereld de echte wereld. Plots was de discussie aan de digitale dorpspomp de waarheid of minimaal een relevante mening waar vast wel een kern van waarheid in zit.

Totdat er een wetenschappelijk bureau op basis van cijfers en diepte-interviews de werkelijkheid ging ontrafelen. Toen bleek de wijsheid van een oud-collega in ruste op te gaan. ‘Waar rook is, is rook. En geen vuur.’

 Auteur is oud-hoofdredacteur van deze krant.

Volledig scherm
© Tubantia.nl

Opinie