Volledig scherm
Een opslagtank en een container, meer is er niet nodig voor mestvergisting. Minister Kamp (links) ziet er veel in. © Hollandse Hoogte / Kees van de Veen

Overheid investeert in stroom van koeienpoep

Mest omzetten in groene energie: het klinkt fantastisch. Het kabinet trekt er 150 miljoen euro subsidie voor uit. Maar een oplossing voor het mestoverschot is het niet. Mest is niet het zwarte goud.

Een kleine 120 melkveehouders krijgen de komende tijd een mestvergister op hun erf. Met overheidssubsidie kunnen zij een installatie bouwen die energie opwekt uit de mest van hun eigen koeien.

,,Daarmee slaan we meerdere vliegen in één klap'', stelt minister Kamp van Economische Zaken, die er 150 miljoen euro voor heeft uitgetrokken. ,,We voorkomen broeikasgasemissies uit mest. Dat draagt bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot. Daarnaast produceren we uit mest hernieuwbare energie.'' Een gemiddelde vergister zou genoeg biogas en elektriciteit moeten opleveren om 90 huishoudens van energie te voorzien.

Het gros van de subsidie komt bij FrieslandCampina terecht. Het zuivelbedrijf heeft een coöperatie opgericht voor melkveehouders die een mestvergister willen. De 103 installaties die leden nu met subsidie kunnen gaan bouwen, verminderen de CO2-uitstoot met 70.000 ton. Volgens FrieslandCampina staat dat gelijk aan 31.000 auto's minder op de weg, of het plaatsen van 670.000 zonnepanelen.

Daar blijft het niet bij, als het aan de zuivelonderneming ligt. ,,Het is de bedoeling dat er in 2020 bij 1.000 melkveehouders een mestvergistingsinstallatie op het erf staat.''

Door die installaties samen in te kopen, kunnen boeren de kosten drukken. Van FrieslandCampina, dat de gevolgen van zijn zuivelproductie voor het klimaat wil verminderen, krijgen leden-melkveehouders bovendien een bonus van 10 euro per ton CO2 die dankzij hun mestvergister minder de lucht in gaat.

Stankoverlast

Quote

De boer kan het restproduct gebruiken om zijn eigen weilanden te bemesten.

Onderzoeker Nico Verdoes - Wageningen Universiteit

Een eigen mestvergistingsinstallatie is voor boeren voorlopig alleen rendabel met overheidssubsidie, verklaart onderzoeker Nico Verdoes van Wageningen Universiteit. ,,Kleine systemen zijn relatief duur. Grote vergisters waar de mest van een groot aantal veehouderijen tegelijk wordt verwerkt, zijn aanzienlijk goedkoper.''

De bouw van zulke industriële mestverwerkers is omstreden. Omwonenden proberen ze vaak tegen te houden uit angst voor stankoverlast, ziektekiemen en de extra mesttransporten. Tegen kleine mestvergisters op de boerderij zelf is minder protest. Dat de mest er niet voor hoeft te worden getransporteerd, maakt ze volgens Verdoes ook duurzamer. ,,De boer kan het restproduct gebruiken om zijn eigen weilanden te bemesten.''

De vergister werkt met de drijfmest uit de opslag bij een stal. De installatie roert het goedje en verwarmt het, zodat bacteriën de productie van methaangas op gang brengen. Dat is de groene energiebron voor warmte of elektriciteit, naar keuze door de boer zelf te gebruiken op zijn bedrijf of terug te leveren aan het algemene net. De mest zelf blijft mest, maar dan zonder broeikasgassen. Alle fosfaat en stikstof zitten er nog in. Daarom bieden vergisters geen oplossing voor het mestoverschot, verklaart Verdoes: ,,De hoeveelheid mest blijft ongeveer hetzelfde.''

Biodiversiteit

De ongeveer 110 miljoen koeien, varkens, kippen en andere productiedieren in Nederland zorgen jaarlijks voor een kleine 100 miljoen ton mest. Die kan niet allemaal op het land worden uitgereden, omdat dan overbemesting optreedt. Dat bedreigt de biodiversiteit en kan de kwaliteit van het water in gevaar brengen. Boeren zijn daarom verplicht om hun overtollige mest te laten verwerken. Dat kost ze geld.

Er bestaan ook bedrijven die aan mest verdienen: de loonwerkers en commerciële mestfabrieken die de mest afnemen. Zij verhitten de mest of verwerken hem tot droge korrels die mogen worden geëxporteerd.

Vooral naar kippenmest is vraag: akkerbouwers in Nederland, België en Duitsland kunnen de droge meststoffen goed gebruiken om hun grond vruchtbaar te houden. Zo hebben zo'n 600 kippenboeren samen een coöperatieve mestverwerkingsfabriek laten bouwen. Die fabriek, de Biomassacentrale Moerdijk, verwerkt jaarlijks een derde van alle kippenmest in Nederland, genoeg om een stad ter grootte van Den Bosch van elektriciteit te voorzien. Het restproduct, 60.000 ton meststof, wordt verkocht.

Voor de ongeveer 17.000 melkveehouders en 5.000 varkensboeren in Nederland zit een dergelijk verdienmodel er voorlopig niet in. De samenstelling maakt vloeibare koeien- en varkensmest voor akkerbouwers veel minder interessant, verklaart Verdoes. ,,Maar mestvergistingsinstallaties die de uitstoot van broeikasgassen verminderen en hernieuwbare energie opleveren, zijn in elk geval voor het milieu een winst.''