Volledig scherm

Geschiedenis van Enschede zit in de pen

ENSCHEDE - De geschiedenis van een geschiedenisboek over Enschede is als de geschiedenis van de stad: uithuilen en opnieuw beginnen.

Vijf jaar nadat de Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker (SHSEL) kwam met het idee voor een fatsoenlijk geschiedenisboek over de stad, ligt er een bidbook van de hand van twee hooggeleerde Groningers. Onder regie van de sociëteit geven Maarten Duijvendak en Daniël Broersma van de Rijksuniversiteit Groningen met ‘Format Enschede’ een idee hoe een stadsgeschiedenis eruit kan komen te zien.

Kan. Tussen format en boek gaapt een gat van 350.000 euro. De kosten om een boek te maken waarvoor onderzoek moet worden gedaan, en dat fijn wordt (bijeen)geschreven.

Burgemeester Peter den Oudsten en Dick Buursink, de voorzitter van de SHSEL, gaan samen de boer op om het geld bij elkaar te krijgen. Ze hopen op steun van de drie grootste fondsen in de stad: het Rabo Fonds, het Fransen Fonds en Roelvink Fonds; drie clubs die geworteld zijn in de stad. Van de Rabobank en Arke zijn die sporen nog goed zichtbaar, het Roelvink Fonds gaat terug tot de oude Twentsche Bank, de voorloper van de ABN.

Buursink en Den Oudsten hebben zich tot de zomer de tijd gegeven om het geld bijeen te sprokkelen. Lukt het, dan komt er een Enschedees geschiedenisboek, lukt het niet, dan is het einde oefening. En dat zou niet moeten mogen. „Het is de laatste kans. Als samenleving kun je deze kans niet voorbij laten gaan”, zegt secretaris Kor Feringa van de SHSEL.

Over nut en noodzaak van een wetenschappelijk verantwoord geschiedenisboek bestaat geen twijfel. Een inventaris van alle boeken met Enschede in de hoofdrol leverde een oogst van driehonderd stuks op, een volle boekenkast, maar volgens Feringa zijn er nog te veel blanco pagina’s. Zeker de periode vanaf 1965 is de moeite van het bestuderen waard.

Het boek zal zo’n 400 tot 450 pagina’s tellen. De stadsgeschiedenis zal in drie tijdvakken worden opgedeeld, waarbij 1750 zo’n beetje als startpunt is gekozen. De eerste periode gaat tot 1870, periode twee tot ongeveer 1970, periode drie beschrijft de recente geschiedenis.

Elke periode kent vier kernthema’s: ruimtelijke ordening, sociaaleconomische ontwikkeling, geschiedenis van politiek en bestuur, bevolking en levensstijl. Vierhonderd foto’s verluchtigen de verhalen en moeten een levendig beeld schetsen van Enschede’s geschiedenis.

De Historische Sociëteit kwam vijf jaar geleden met het idee van de moderne geschiedschrijving op de proppen, Den Oudsten ging er vervolgens in de regio en op de UT mee shoppen, om vorig jaar bij de sociëteit terug te keren met het verzoek aan de vrijwilligers om de productie van het boek in handen te nemen.

De SHSEL nam daarop de Groningse hoogleraar Maarten Duijvendak in de arm, die de geschiedenis van Groningen had beschreven.

Stichting Historische Sociëteit Enschede Lonneker

In samenwerking met indebuurt Enschede

Enschede e.o.