Volledig scherm
Stadsecoloog Bart ter Beek. © Annina Romita

Natuur in Twentse steden bloeit op, verschraling op platteland

ENSCHEDE - Op ecologisch gebied staat het agrarische Twentse landschap er niet best voor. In de steden komen momenteel zelfs meer soorten planten en dieren voor dan op het platteland. Stadsecoloog Bart ter Beek (Enschede) is blij dat het goed gaat met de natuur in de stad, maar boswachter Arend Spijker (Nijverdal) maakt zich zorgen.

Ter Beek, de enige fulltime stadsecoloog in Twente, constateert dat de natuur in de stad aan het opbloeien is. In groenstrookjes, parkjes en oude bouwsels, wijst hij een keur aan vogels en insecten aan. "Daar, de mussen. Die hebben niet veel nodig. Een stukje groen, wat struiken, wat oude dakpannen die scheefliggen. In de stad zijn genoeg van dat soort plekjes. Een paar jaar terug hadden ze het nog moeilijk, nu zie je ze op veel meer plekken. Net als de pimpelmees, de vinken, de eksters. Als je er oplet kom je ze overal tegen."

Dat het zo goed gaat met de natuur in de stad, komt door de toegenomen aandacht. Er worden meer groenstroken aangelegd en de gemeente probeert bestaande natuur te koppelen. "De spoorlijn is een belangrijke snelweg waarlangs soorten zich verplaatsen", zegt Ter Beek. "Het is een doorlopende groenstrook. Er wordt nu gewerkt aan een stadsbeek met groen erlangs. Daar komen weer ander gebiedjes op uit. Zo ontstaat er een netwerk."

Gierzwaluwen

Bij het Polaroidcomplex wijst Ter Beek op nestkasten van gierzwaluwen. "Enschede is samen met Groningen de enige plek waar gierzwaluwen worden geringd. Er zat er laatst eentje bij van veertien jaar oud, die al zes jaar bij dezelfde partner is. En steeds in hetzelfde nestkastje." Tegelijk is de honkvastheid het zwakke punt voor de vogels. "Halen we de kasten weg of spijkeren we alles dicht, dan doen we de natuur geen plezier. De vogels vinden geen plekje, broeden niet en het gaat snel achteruit."

En dat zou jammer zijn, zegt Ter Beek omdat de zwaluwen tienduizenden insecten per dag wegvangen en zo ook zorgen voor een leefbare binnenstad, zonder veel plaaginsecten. Om het voedselaanbod voor deze en andere insecteneters op peil te houden, pleit hij daarom voor meer rommelige hoeken in achtertuinen. "We zijn in Nederland veel te netjes. Plant eens wat meer struiken met bessen, vlinderstruiken of nectarbloemen. En laat wat dakpannen of stapeltjes hout in de tuin liggen."

Platteland

Volledig scherm
Boswachter Arend Spijker. Foto: Lieke Fonferek

Waar het in de stad goed gaat met het ecologische klimaat, verschraalt de natuur op het platteland. Het baart boswachter Arend Spijker zorgen. "Op het platteland is het stil geworden. De agrarische gebieden zijn een soort industrieterreinen geworden. De gevolgen zijn groot. We zien het vooral bij de insecten die onderaan de voedselpiramide staan en het voer vormen voor veel andere soorten. Het is een van de redenen waarom korhoenders en patrijzen het moeilijk hebben. Er is geen voedsel. Datzelfde geldt voor de veldleeuwerik."

Spijker vervolgt: "Ik zie het als de kanaries in de kolenmijn. Als die overlijden, is er iets groters aan de hand. De alarmbellen rinkelen al lang maar we negeren ze. Voor de buitenstaander is de heide nog steeds prachtig als hij in bloei staat. Maar eigenlijk horen hier veertien soorten te groeien. Het zijn er echter nog maar zeven. De andere zijn verdwenen. Ik probeer mijn enthousiasme en verwondering over de natuur over te dragen. Daar begint bescherming mee. Mensen kunnen zelf ook veel doen, al zijn het kleine stapjes. Bewijs de insecten bijvoorbeeld een dienst door nectarplanten te poten. Doe de gewone er uit en poot planten voor vlinders. Daar hebben mens en dier voordeel bij."

In samenwerking met indebuurt Enschede

Enschede e.o.