Volledig scherm
© Reinier van Willigen

Spijkerbroeken van jeansmaker Paul uit Enschede gaan de hele wereld over

ENSCHEDE – De spijkerbroek op zijn werktafel is voor een Amerikaan. Het is bestelling nummer 5 van deze klant. „De man draagt geen confectie meer en wil een nieuwe garderobe”, vertelt Paul Kruize (54) in zijn atelier in Roombeek. 

Het eerste contact verloopt via social media, de maten gaan via de mail en de jeans ligt een maand later in de kledingkast van deze Amerikaan. Op de factuur 20 arbeidsuren en een bedrag van 575 euro. Paul Kruize: “Deel 575 euro door 20 en ik had beter loodgieter kunnen worden. Ik word hier niet rijk van.”

Eenvoud

Het atelier in Roombeek ademt eenvoud, net als zijn ontwerpen. Geen toeters en bellen, geen snelle mode. “Alles wat je ziet aan details heeft een functie. Less is more.” De minimalist werkte jaren als meubel- en interieurontwerper, maar begon bijna drie jaar geleden met zijn eigen label Paul Kruize Jeans. Rijk wordt Kruize er niet van, wel gelukkig. “Denim is een van de weinige materialen dat mooier wordt als het ouder is. Draag ‘m naar de kloten en het wordt jouw jeans.”

Denimheads

Kruize wilde als puber al kleermaker worden. Hij studeerde een blauwe maandag mode in Arnhem, maar vond de mode te ‘vluchtig’. Na al die jaren is hij toch weer terug bij af. “Als je 50 bent, weet je meer dan wanneer je 20 bent. Nu heb ik een doel.” 

Quote

Alle middenmode is weg. Je moet als ondernemer heel groot zijn of heel klein en exclusief

Paul Kruize

Kruize wil een vakman zijn. Een tegengeluid geven aan die vluchtige mode. De jeansmaker doet niet aan trends. “Ik ben geen merk, ik ben een maker.” Zijn vakwerk valt in de smaak bij Amerikanen, Aziaten, maar ook 'locals'. Zijn jeans passen in het huidige tijdsbeeld waarin er meer vraag is naar lokale productie en we ons bewuster worden van de herkomst van producten. “Alle middenmode is weg. Je moet als ondernemer heel groot zijn of heel klein en exclusief.” 

Denimheads, zoals jeansliefhebbers worden genoemd, behoren tot een nichemarkt. Stoffen haalt Kruize niet zomaar even op de markt, maar uit Japan. Altijd 100 procent katoen. “Stretch vind ik een verschrikking.” Hij werkt voor mannen, want vrouwen kopen vaak liever vijf keer een goedkope skinny jeans, dan één dure. Maar voor zijn eigen vrouw maakt hij graag een uitzondering. “Mijn dochter van twaalf heeft wel liever een strakke jeans. Hoort bij de leeftijd…”

Textielstad

Confectie is over het algemeen rotzooi, zegt Kruize. Geld gaat voor kwaliteit. Grote concerns verschuiven hun productie nu naar Afrika, want zelfs Azië wordt te duur. Kruize noemt de instorting van het gebouw Rana Plaza in Bangladesh op 24 april 2013. Meer dan duizend mensen kwamen om het leven en er raakten ruim tweeduizend mensen gewond. “De consument draait zich om en koopt weer shit.” Kruize begrijpt natuurlijk ook wel dat niet iedereen 575 euro voor een spijkerbroek heeft. “Maar waar het mij om gaat is hoe we omgaan met de kleding die we kopen.” Het is de weggooicultuur waar hij een hekel aan heeft. “Denim gaat juist leven als het ouder wordt.”


De kledingwereld moet op de schop. Annemieke Koster van Enschede Textielstad en ontwerpster Hellen van Rees pleitten eerder in deze krant voor de terugkeer van textiel op Twentse grond. Kruize kent de dames, gelooft ook heilig in lokale productie. “Maar Enschede als textielstad krijgen we nooit meer terug.”  

In samenwerking met indebuurt Enschede

Enschede e.o.