Volledig scherm
Wieke Drieboog. © Lars Smook

Wieke Drieboog wint A.L. Snijdersprijs voor kortverhalen

ENSCHEDE - De A.L. Snijdersprijs 2014 is gewonnen door Wieke Drieboog uit Amsterdam. Dat maakte juryvoorzitter Ann De Craemer zaterdagmorgen bekend in restaurant Gusto aan het Willem Wilminkplein.

De eerste prijs is een bedrag van 500 euro. De tweede prijs, een bedrag van 300 euro, ging naar Evelien Vos en de derde prijs ten bedrage van 200 euro naar Joubert Pignon. Lies Gallez uit Brugge won de publieksprijs.

De uitslag werd bekend gemaakt tijdens de radio-uitzending KRO's Ochtend van 4, live vanuit Enschede. De jury roemde het hoge niveau van de verhalen op de shortlist. Opvallend was dat circa 40 procent van de zeer korte verhalen (maximaal 220 woorden) door Vlamingen ingezonden werd. Ook opmerkelijk dat ongeveer twee derde van de verhalen door vrouwen was geschreven. Op de groslijst stonden 1184 inzendingen, op de longlist 57 en op de shortlist 7. Het juryverslag staat hier.

De wedstrijd is een initiatief van Snijders' uitgever, AFdH, in 2006 in Enschede opgericht om diens zeer korte verhalen te kunnen publiceren. In samenwerking met de KRO, het Wilmink Theater, HET Symfonieorkest en de gemeente Enschede kwam de schrijverscompetitie tot stand.

De eerste Snijdersprijs werd in 2012 gewonnen door Jente Posthuma. Binnenkort verschijnt haar eerste boek bij AtlasContact.

Uitgeverij AFdH over Wieke Drieboog: ''Ze schrijft graag compacte, zeer korte verhalen. Ze is nieuwsgierig naar alles: de anakoloet, champagne en stille wijnen, tijd, kleine ruimtes, liefde en oorlog, de rozen per stuk. Haar verhalen plaatst ze op Torpedo Magazine en op haar eigen website Het is wel kort. ''

Het winnende verhaal van Wieke Drieboog:

Oogopslag

In dit huis woon ik kleiner dan ooit. 's Nachts schrijf ik aan het bureautje met de wankele poten. Vanaf daar zie ik in één schemerige oogopslag heel de huiskamer, het halletje met de voordeur en direct daarnaast het aanrechtblok. Blokje. Er is net ruimte voor de waterkoker, wat schaduw en een vaatdoek. Ik zou een smalle boekenkast moeten neerzetten en 'm leeg laten. Laag na laag leeg. Ik kan ook de andere kant opkijken, door het raam, maar aan de overkant is meer van hetzelfde: een collage van dichtgetimmerde luiken. Okers, rauwe sienna. Veel roest. Ik heb niet goed opgelet toen ik hier toevlucht nam. Ik merkte pas hoe uitgestorven de straat was toen ik mijn paar tassen al had uitgepakt. Nu drink ik koffie in de stilte. Dat was een scherpe bocht in drie, nee - in nog geen twee weken tijd.
Ik noteer 'misère', dit zou een prima plek zijn voor misère. En ik peins, expres: misschien kan ik me in vermomming aanmelden als dienstbode of zo, in mijn oude leven. Een sloof worden op mijn oude adres. Ha, daar heb ik mooi geen zin in. Ik blijf hier. Ik ga de dubbeltjes omdraaien en de woorden tellen. Ik ga m'n tassen leegleven, één paar schoenen dragen, uien eten. Morgenochtend te voet naar de markt.

Lees ook de blog van jurylid Marjon Kok.

Volledig scherm

In samenwerking met indebuurt Enschede

Enschede e.o.