Volledig scherm
Een klapekster op z'n uitkijkpost in het topje van een boom in de Engbertsdijksvenen. © Johan Stuut

Klapekster legt voorraadje
muizen aan voor de winter

NatuurDe klapeksters zijn terug in de Twentse en Achterhoekse winterkwartieren. Ze zijn direct begonnen om een voorraadje muis en mestkever aan te leggen. Een luguber gezicht, die dode muizen en kevers aan takjes gespietst.

Klapekster lijken zoals de naam zegt -enigszins- op eksters, maar zijn heel veel kleiner. Behalve het uiterlijk hebben ze niks met eksters van doen. Het zijn klauwieren, gespecialiseerd in het consumeren van grote libellen en kevers, kikkers en in de winter vangen deze kleine jagers graag een muisje en kleine vogels. Ooit waren ze broedvogel in Twente en de Achterhoek, maar al sinds jaar en dag uitgestorven. Ook in buurlanden is de klapekster inmiddels super zeldzaam. Waarschijnlijk als gevolg van de dramatische achteruitgang van insecten.

In Oost-Nederland zijn veengebieden populair

Maar in de wintermaanden trekken klapeksters uit Noord- en Oost-Europa ook naar Oost-Nederland. Ze verblijven vooral in de grote veengebieden in Twente en de Achterhoek, vooral de randgebieden met wat bomen en struiken zijn populair. Maar ook in heideterreinen met wat vennen en niet al te hoge bomen zijn ze te vinden. Dit najaar zijn ze al overal teruggekeerd. Bekende gebieden zijn onder meer het Haaksbergerveen, Bergvennen (Lattrop), Wierdense Veld, Aamsveen (Enschede), Engbertsdijksvenen (Vriezenveen) en de Sallandse Heuvelrug.

Ze komen niet massaal, in de meeste gebieden bivakkeert er maar eentje, soms een paar meer. Bij regen en harde wind verschuilen ze meestal tussen struiken en bomen. Maar als het zonnetje schijnt, zoeken ze toppen van boompjes en zijn dan van grote afstand te zien. Ze worden dan ook jaarlijks door veel liefhebbers gezien en gefotografeerd. Ze houden afstand tot mensen, bij nadering verstoppen ze zich direct.

j.bengevoord@gmail.com

Volledig scherm
De voorraadkamer van een klapekster, aan boomtakjes worden dode muizen bewaard. © Gerrit ter Haar