Volledig scherm
De Hagmolenbeek bij Beckum meandert over de landerijen van Erve Loninkworner, deelnemer aan het project voor natuurlandbouw in Nederland. © Wouter Borre

Natuurboeren landgoed Twickel
nu voorbeeld voor Nederland

NatuurHet experiment met boerennatuur op landgoed Twickel rond Delden wordt uitgebreid. Alle boeren in Nederland kunnen door goedkeuring van de Europese Unie financiële steun ontvangen voor deze vorm van landbouw, meldt Wageningen University.

Al tien jaar nemen drie boerenbedrijven op het landgoed Twickel deel aan het project Boeren voor Natuur, waarvoor de Europese Unie speciale toestemming gaf. Tegen een financiële vergoeding per hectare voor een periode van 30 jaar kunnen ze experimenteren met natuurlandbouw. Voorwaarde is dat de bedrijven alleen eigen mest en veevoer gebruiken en niet aanvoeren. Hierdoor zou de natuur kunnen herstellen en meer soorten planten en dieren een kans krijgen op het boerenland.

Wageningen University meldt dat de Europese Unie toestaat dat Nederlandse overheden deze vorm van landbouw nu in heel Nederland mogen financieren. Het gaat daarbij om maximale bedragen van 1267 tot 1435 euro per hectare per jaar. Dit is meer dan de vergoedingen voor zogenoemde contracten voor agrarisch natuurbeheer, maar deelnemende boeren aan deze vorm van natuurlandbouw krijgen strengere voorwaarden opgelegd.

Natuurlandbouw op boerenbedrijven Twickel

De bedrijven op Twickel zijn Erve Bokdam in Ambt Delden (fam. Luttikhedde) met zoogkoeien, Landerij De Bunte bij Oele (Corney Niemeijer) en Erve Loninkwoner bij Beckum (fam. Hofstede) met schapen. Toenmalig landbouwminister Gerda Verburg kwam in 2008 persoonlijk naar Twickel om de contracten met de betrokken boeren af te sluiten. De landerijen van de bedrijven werden deels nieuw ingericht, zoals bij Beckum waar de Hagmolenbeek weer een natuurlijk karakter kreeg.

Uit een eerder dit jaar gepubliceerd evaluatierapport van Wageningen University blijkt dat de overschakeling van de bedrijven op het Twentse landgoed naar volledige natuurlandbouw niet eenvoudig is. Het vergt van de bedrijven een geheel nieuwe bedrijfsvoering waar weinig ervaring mee is opgedaan. Zo hebben het gras en gewassen lagere voedingswaarden en zijn bij de schapenbedrijven problemen met de gezondheid van de dieren ontstaan. Bovendien leveren de bedrijven, ondanks financiële ondersteuning, te weinig op om volledig van te bestaan.

Meer praktische ondersteuning nodig

Wageningen University bepleit dan ook een betere, praktische ondersteuning voor de betrokken boeren bij het zoeken naar een optimale bedrijfsvoering. Bovendien zouden mogelijkheden moeten worden gezocht om het inkomen van de betrokken boeren te verbeteren. Bijvoorbeeld door de producten van de bedrijven voor hogere prijzen te verkopen en aanvullende inkomsten te vinden, bijvoorbeeld in de vorm van recreatieve activiteiten of zorgvoorzieningen.

Kansen voor volledige overschakeling naar natuurlandbouw ziet Wageningen University vooral voor boeren met gronden in de randgebieden van natuurgebieden, op landgoederen en in stadsrandgebieden. De huidige minister van landbouw Carola Schouten bepleit in haar nieuwste plannen een meer natuurinclusieve landbouw in ons land, maar dat legt boeren veel minder beperkingen op dan de volledige overschakeling naar natuurlandbouw op de drie Twentse bedrijven.