Carel Willink in Kasteel Ruurlo: een vrolijke frans is het niet

Museum MORE in Kasteel Ruurlo blijkt een publiekstrekker. De vraag is of dat door de inhoud komt. Of speelt de verpakking hier ook een rol?

Een iconische meester verdient zijn eigen museum, volgens Museum MORE. Daarom opende de miljonair Hans Melchers twee weken geleden een dependance in Kasteel Ruurlo, helemaal gewijd aan de Nederlandse kunstenaar Carel Willink (1900-1983). In de eerste twee weken na de opening bezochten 10.000 mensen het museum, een recordaantal. Als ik beweer dat musea pretparken van hun troon stoten in populariteit, overdrijf ik nauwelijks. Waarom staan mensen in de rij voor dit museum? De kunst kan haast niet de reden zijn, want wie is bereid om voor de magisch realistische taferelen van Carel Willink half Nederland te doorkruisen? Of komen ze vooral voor het gerenoveerde kasteel, met prachtig ingelegde parketvloeren en copieuze zijden behangsels in exotische kleuren? Er zat niets anders op: ik moest het met eigen ogen zien om een oordeel te vormen.

Museumcafé

In goed gezelschap van museumpubliek verkende ik eerst het museumcafé in de naastgelegen orangerie. Museumpubliek, dat zijn mensen met een museumkaart en voldoende vrije tijd en geld. Ik behoor daar zelf ook toe. Wij kiezen voor een museum omdat we dit heerlijke plekken vinden om met familie of vrienden bij te praten. Een beetje kletsen onder het genot van een kopje koffie met kunst als kaders om de gesprekken wat richting of aanmoediging te geven, dat is wat ons aantrekt. Na de trendy inrichting van het museumcafé met okergele fluwelen bankjes te hebben bewonderd, ging ik op weg naar het museum met zijn gedurfde loopbrug van glas. Een prachtig kasteel, met veel oog voor detail gerenoveerd. De overdaad in de keuze voor rijke stoffen en de opvallende parketvloeren vind ik hier allesbehalve verkeerd. Het is een duidelijk statement. Ik bewonder het lef van deze interieur­architect.

Kamelen

Maar dan de schilderkunst. De omineuze wolkenluchten en ontsnapte kamelen in kitscherige landschappen van Willink doen mij denken aan de goedkope postkaarten van tempelruïnes uit Griekenland. De onderwerpen, titels, kleuren en het realisme maken me opstandig. Dat wist ik al voordat ik kwam, en toch wilde ik het zien. Want dit museum is nieuw, anders, een beetje fout zelfs. Lekker fout, zoals een panterlegging op zondagavond met een zak chips op de bank. Ik verkneukelde me over zijn laatste schilderij met de klinkende titel Landschap met kerncentrale uit 1983. U raadt het al, het stelt een landschap met een kerncentrale voor. In het tekstboekje las ik: ‘Willink schilderde hier de moderne wereld, waarin oorlog, techniek en wetenschap botst met de oude beschaving’. 

Banaliteit

Chapeau voor de tekstschrijver van het museum, die het lukt om zoveel banaliteit toch nog enige diepgang te geven met een klinkend verhaal. Ik observeerde de bezoekers om mij heen. Wij museumbezoekers sjokten genoegzaam over de nieuwe parketvloer, wezen naar de prachtige plafondornamenten, aaiden liefdevol de houten lambriseringen en praatten op zachte toon over al dat moois dat Melchers met ons wil delen. De schilderijen van Willink worden geaccepteerd als onderdeel van het overdadige geheel. Een gesamtkunstwerk, waarin kunst als aankleding dient. Dat het individu Willink hier centraal staat, wordt schouderophalend geaccepteerd. Bij een zoveelste dreigende onweerslucht boven een landschap met vergeten ruïnes vertrouwde een museumbezoeker haar man toe: ‘Het was geen vrolijke frans, die Willink’. En daar is alles wel mee gezegd.

Volledig scherm
© Annina Romita