Volledig scherm

Opinie | Dood gaan we toch, maar vandaag nog niet

Verlangen naar vroeger doet je ook beseffen dat het leven eindig is. Maar dat hoeft het bestaan niet minder mooi en plezierig te maken.

'Ik krijg hier Jesus Christ Super Stress van!', verzuchtte mijn neef terwijl hij voor ons uit de Heineken Musical Hall in rende. Nog net voordat de lichten uitgingen bereikten we de laatste lege stoelen op het balkon. Een jaar hadden we hier naar uit gekeken: Jesus Christ Superstar de Rockopera. Met Ted Neeley, de acteur die 43 jaar geleden de hoofdrol speelde in de filmversie van de gelijknamige musical. 'Dat lijkt me sterk', wierp mijn vader tegen, nadat ik hem enthousiast vertelde dat ik naar de musical ging 'met de echte Jezus'.

Beeld
Toch voelt dat wel zo, want mijn beeld van Jezus is geheel vergroeid met Ted z'n sluike haar, loensende blauwe ogen en zijn kenmerkende kat-in-nood-uithalen. De film vormde de basis voor mijn studie kunstgeschiedenis. Het vertelt je in een klap alles wat je moet weten over het Nieuwe Testament. Ik ben duidelijk niet de enige fan in Nederland, want Ted speelde voor een uitverkochte zaal. Ted raakt een snaar. Best bijzonder, want hij is met zijn 73 jaar niet bepaald de jonge god die hij ooit was. Terwijl mijn broer de beveiligscrew van de Heineken Music Hall tijdens de pauze probeerde te overtuigen dat hij echt even naar buiten moest om een kroket te kopen, sprak de rest van het publiek over maar één ding. Had Ted het nog in zich? Was hij nog in staat om de hoge noten te halen? 'In de film deed hij dat toch anders, in die tempel', hoorde ik om me heen fluisteren. En 'Is dat eigenlijk z'n echte haar wel, of is het een pruik?'

Nostalgische roadtrip
Terwijl ik luisterde naar de heftige discussies over de podiumprestaties van Ted, realiseerde ik me dat het er helemaal niet toe doet of Ted de rol van Christus goed vertolkt. Het gaat erom of Ted de rol van zichzelf als Jezus goed vertolkt. Anders gezegd: hoe goed lijkt oude Ted op jonge Ted? Deze avond was een nostalgische roadtrip. Een terugverlangen naar alle keren dat ik na een lange dag op school op de bank plofte en de film verder liet spelen daar waar we de vorige dag waren gestrand. Ik zie nog voor me hoe de andere gezinsleden een voor een naar binnen druppelden en zich zwijgend naast me op de bank lieten zakken. De muziek van Jesus Christ Superstar was lang de openingstune van ons alledaagse leven.

Mijn broer kwam afgelopen zaterdag speciaal uit Kopenhagen om samen met ons nog één keer terug te gaan naar het goede van toen. We verlangen allemaal naar vroeger, toen het leven nog eenvoudig was. Maar de ouwe Ted herinnert ons vooral ook aan het feit dat het leven eindig is. Ted is oud geworden en wij ook.

Symbool
In stillevens uit de zeventiende eeuw kom je vaak een vanitassymbool tegen: een herinnering aan onze eigen vergankelijkheid. Een geschilde citroen, een schedel of een tikkende klok: allemaal voorwerpen op schilderijen die ons eraan moeten herinneren dat onze leven op aarde slechts tijdelijk is. Op het bijgaande schilderij bijvoorbeeld, ligt een aangesneden honingmeloen op tafel. Het geurige vruchtvlees, het sap dat bijna op tafel druipt: heerlijk, maar ook kwetsbaar. In onze tijd leg je die meloen in de koelkast, en zelfs dan is hij maar een paar dagen houdbaar. Maar in de zeventiende eeuw kon je de verrotting bijna ruiken, zodra je een vrucht aansneed. De meloen doet me denken aan Ted Neeley. Hij is het vanitassymbool van Jesus Christ Superstar. Een beetje verschrompeld misschien, maar niet zonder schoonheid.