Volledig scherm
Rechtbank Almelo. © Lars Smook

Eis: celstraf na ‘handel’ in gereedschap in Haaksbergse woning

ALMELO/HAAKSBERGEN - Jesaja W. (24) rijdt van een Haags woonwagenkamp naar Twente. In een woning in Haaksbergen verkoopt hij voor 10.000 euro gereedschap. Maar zijn bejaarde klant (82) pint normaal nooit. Is de Tukker opgelicht?

Of hij gereedschap nodig heeft? Een grote stofzuiger? Andere spullen om te klussen? De goederen die Jesaja bij een Haaksbergenaar thuis aanbiedt, passen de nestor. De bezoeker kan de spullen scherp geprijsd aanbieden, hij komt linea recta van een beurs. Zegt ie.

De Hagenees ziet twee briefjes van 50 euro in de knip van de senior. Daarmee kan hij betalen. Ook houdt de kamper hem een mobiel pinapparaat voor. Of de koper zijn pincode wil intoetsen, om de leverantie te bevestigen. De Tukker heeft niet door dat 5000 euro van zijn rekening wordt afgeschreven.

Zaag

Een week later, 8 mei, belt Jesaja weer aan, nu met een zaag. Ook die kan de bejaarde passen. Weer tikt hij de pincode in, opnieuw wordt 5000 euro afgeboekt. „Een heel smerig feit”, oordeelt officier van justitie Menno Hoekstra.

Een nicht van de gedupeerde vertelt in de rechtbank dat haar vrijgezellen oom (82) altijd in het ouderlijk huis woonde en schoenen lapte op de sociale werkplaats. Hij pinde enkel in zijn eigen bank, waar hij telkens 500 euro cash voor boodschappen haalde. „Hij kende geen mobiel pinapparaat.” Nu wordt 10.575 euro van Jesaja geclaimd, voor de gereedschappen plus 450 euro smartengeld. Sinds het bezoek is de koper angstig. Hij verkocht de eerste spullen voor 100 euro door.

5300 procent

Aanklager Hoekstra vindt Jesaja schuldig aan oplichting. Volgens hem betaalde de Haaksbergenaar bij het eerste bezoek 5100 euro voor spullen die hooguit 700 euro waard waren. De zaag van het tweede bezoek zou amper 150 euro waard zijn. Door vijf mille over te maken, werd de prijs met 5300 procent opgeschroefd. Hij vindt dat W., die 77 dagen vast zat, drie maanden voorwaardelijk moet krijgen en de gedupeerde schadeloos moet stellen.

W.’s advocaat Ton Visser bepleit vrijspraak. Het houden van een verkooppraatje is geen oplichting. De Hoge Raad stelt eisen aan oplichting, daar voldoet deze zaak volgens hem niet aan. „Het moet meer zijn dan een leugentje om bestwil.”

Het vonnis volgt op 31 oktober.

Enschede e.o.