Natuurschilder Jan Wessels blijft maar bezig

videoHENGELO - Hij is inmiddels 73 jaar en kan het schilderen nog niet laten. Natuur- en wildschilder Jan Wessels is er nog ‘elke dag’ mee bezig.

Zijn atelier ligt op het noorden. „Dan heb ik nooit vals licht”, zegt Jan Wessels. Duizenden natuur- en wildschilderijen heeft hij er gemaakt. En stillevens. Zijn laatste werk is een twaalfdelige serie van koeien. Koeien? „De koe is toch een mooi beest? Schitterend gewoon. Ik heb er heel wat weilanden voor afgestroopt om twaalf verschillende rassen goed in beeld te krijgen.” De serie wacht nu op een koper. 

Jan Wessels, een autodidact die ‘schildert met het hart’, werd in de loop der jaren een grote naam onder natuurschilders.  Voor de prestigieuze Birds in Art-tentoonstelling in het Leigh Yawkey Woodson Art Museum in Amerika werd hij acht keer geselecteerd. Twee schilderijen zijn door het museum aangekocht.

Atelier

Sinds 1985 is hij professioneel schilder, met een eigen atelier en galerie aan de Spechtweg.  In zijn gouden jaren exposeerde hij in binnen- en buitenland en de verkopen waren prima. „Met de opbrengst heb ik leuke dingen gedaan. Veel gereisd bijvoorbeeld. Ik ben in 42 landen geweest, om maar iets te noemen. Als ik  nu af en toe nog iets verkoop, blijf ik drijven. Gelukkig heb ik mijn AOW altijd nog.”

Tekst gaat verder onder de foto

Volledig scherm
Natuurschilder Jan Wessels in zijn atelier. © Emiel Muijderman

‘Jan schildert diep gevoelde kopieën van de natuur door middel van de meest intieme observaties.’ Dat schreef Gé Nijhuis, de inmiddels overleden directeur van ’t Kunsthuis van het Oosten in Enschede, destijds in het voorwoord van het boek dat werd uitgegeven over het leven en het werk van Wessels. En zo is het ook. Zeer nauwgezet, tot in detail geeft Wessels op het doek weer wat hij ziet. „Ik ben een pietje-precies”, zegt hij. 

De tijd is zijn grootste vijand. Hij is bang dat hij lang niet alles dat hem inspireert nog kan schilderen. „Wat dat betreft: de natuur is een onuitputtelijke inspiratiebron.”

Om de natuur beter te begrijpen, behaalde hij een jachtakte. „Zo kwam ik in contact met jagers en buitenlui, met wie ik kon praten over wat er in de natuur gebeurde. Ik heb nooit zelf geschoten. Het ging mij om de kennis van de natuur.”

Rode draad

Jan Wessels is een avonturier. Na zijn militaire dienst trok hij vier en een half jaar door Australië, Tasmanië, Nieuw-Guinea en Azië. Hij werkte daar als lijstenmaker, was fruitplukker en werkte in de mijnen. Maar hij was er vooral tekenaar en schilder. In Sydney hield hij zijn eerste expositie. Hij had steevast een rood cricketpetje op zijn hoofd. Dat leverde hem de bijnaam Johnny Redcap op.

Rode petje

„Onopgemerkt bleef ik niet met dat rode petje”, zegt hij over de tijd van toen. Een krant schreef een artikel over hem en voor televisie werd een reportage over hem gemaakt. Op een gegeven moment belandde hij op Tasmanië, in het gehucht Koonya. Toen hij een jeugdherberg moest verlaten, omdat hij er al langer verbleef dan was toegestaan, kreeg hij onderdak in een groot huis van Donald en Sue Clark. Hij bleef er zes maanden om te schilderen en ‘te jagen en te vissen met de locals.’

Verhuizing

Terug in Nederland werd hij lijstenmaker, tekenaar voor een gordijnenfabrikant, leraar schilderen en grondwerker in de bouw. „Ik had destijds een groot huis in Bruchterveld bij Hardenberg met een sier- en moestuin en geiten in de wei. Ik had ook een hond, kippen en een kat. Van schilderen kwam niks meer terecht.” Pas na zijn verhuizing naar de Spechtweg in Hengelo kon hij zich weer uitleven in de schilderkunst.

Het contact met Donald en Sue Clark verwaterde in de loop der jaren. Maar onlangs waren Donald en Sue met een vriendenpaar in Nederland. Via de mail werd contact gezocht en er was een weerzien in Maastricht. Jan Wessels nam zijn rode petje mee. Hij vond het een bijzondere ontmoeting. „Daar in Koonya is het voor mij allemaal begonnen.”

In samenwerking met indebuurt Hengelo

Hengelo e.o.