Volledig scherm
Adri Oude Vrielink. Het opschrijft op de ANWB-paddestoel verwijst naar de bureaus waar hij werkte voor hij in 1973 voor zichzelf begon. © Annina Romita

Drama voor Adri Oude Vrielink: SOV Losser opnieuw failliet

LOSSER - Studio Oude Vrielink heeft het niet gered. In april vorig jaar maakte de reclamestudio een doorstart, maar nu is opnieuw het faillissement over het bedrijf van Adri Oude Vrielink uitgesproken.

Het bankroet is vooral een persoonlijk drama voor eigenaar Adri Oude Vrielink (73). De man die het bedrijf in 1973 oprichtte - in de gloriejaren werkten er 45 mensen - stak een jaar geleden opnieuw geld in zijn geesteskind om te kunnen doorstarten na een faillissement. Het werd Oude Vrielink toen van verschillende kanten ontraden, maar de oprichter wilde zijn personeelsleden niet laten zakken. "Mijn probleem is dat ik moeilijk afscheid kan nemen van mensen. Liever stop ik er zelf geld in dan te zeggen: 'We hebben je niet meer nodig'", zei hij destijds tegen De Twentsche Courant Tubantia. De doorstart werd met elf van de 22 werknemers gemaakt.

Koude sanering

Studio Oude Vrielink, kortweg SOV, had het - zoals zoveel branchegenoten - moeilijk de laatste jaren. Door de verschuiving van 'print' naar internetreclame en het feit dat veel bedrijven zelf in staat zijn om webcampagnes op te zetten, was er sprake van een koude sanering in de reclamebranche. SOV ontkwam daar niet aan en ging vorig jaar failliet doordat het niet in staat was bij de noodzakelijke inkrimping de wettelijke transitievergoeding te betalen aan ontslagen personeelsleden. "Daarvoor ontbrak toen het geld", zegt Gerard Oude Vrielink namens zijn broer Adri.

Ernstige ziekte

Adri Oude Vrielink zelf werd enkele maanden na de doorstart ernstig ziek. De levensbedreigende ziekte waarvoor hij eerder met succes was behandeld, stak opnieuw de kop op. Hij is sindsdien uit de running. Tot overmaat van ramp beëindigde grootste klant Coop de relatie en bracht Grolsch, een andere grote klant, minder werk onder bij SOV. "Dat alles bij elkaar kon het bedrijf niet trekken", zegt z'n broer.

Transitievergoeding

Er is geprobeerd het bedrijf te beëindigen zonder faillissement. "Dat was bijna gelukt", meldt curator Carl Luttikhuis. "Maar er was te weinig geld om de overgebleven zes vaste personeelsleden - er waren er ook nog twee met een jaarcontract - de transitievergoeding te betalen. Het ging om mensen met langjarige contracten en dan tikt het toch flink aan."

Wetswijziging

Curator Luttikhuis wijst erop dat het na een wetswijziging zo is dat bij een doorstart na een faillissement het personeel de opgebouwde arbeidsvoorwaarden en rechten - zoals dienstjaren - behoudt. Gaat het dan opnieuw mis, dan moet de werkgever dus een transitievergoeding over langjarige dienstverbanden betalen. "Terwijl bedrijven die doorstarten na een faillissement doorgaans niet veel vet op de botten hebben." Volgens Luttikhuis zijn de bank, de fiscus en Oude Vrielink zelf de grootste schuldeisers.

Oldenzaal e.o.