Volkswijk van hout

‘Hout moet’, zingt Daniël Lohues op een van zijn laatste cd’s. Het had zo maar het lijflied kunnen zijn van de ontwerpers en bouwers van de Enschedese wijk Velve-Lindenhof. Goed verstopt in een echte volksbuurt verrijst hier een van de grootste houtreservaten van Nederland. Meer dan tweehonderd huizen bedekt met planken: wie hiervoor een parallel wil vinden, moet al bijna naar Scandinavië of de ommelanden van Calgary.

Op zichzelf is er met het project weinig mis. Stadsvernieuwing en renovatie van oude wijken zijn prijzenswaardige zaken. Minder prestigieus dan bouwen in de binnenstad, maar in sociaal opzicht vaak veel waardevoller. In Velve-Lindenhof, een Vogelaar-wijk, was een impuls ook hard nodig. Juist hier kan architectuur veel betekenen, ook al zal het ideaal van een prachtwijk altijd een illusie blijven.
Geheel in de lijn met de geest van de tijd zijn in Enschede alle kaarten gezet op duurzaamheid. De bewoners konden kiezen: ofwel renovatie van de bestaande woning of een nieuwe woning. Dat 90 procent voor het laatste koos, is nu te zien. Hier en daar staat nog een verdwaald stenen huis of werd een rijtje oude huizen met rode muurvlakken opgeknapt, maar voor de rest is de wereld in Velve-Lindenhof voortaan van hout.
Wie er rondloopt, kijkt zich de ogen uit. Straat na straat, huis na huis: overal zie je aan de gevels en muren hetzelfde soort planken. Wat normaal gesproken op de vloer ligt, staat hier verticaal in de buitenlucht: laminaatarchitectuur van een soort dat je al na een paar seconden zeer doet aan de ogen en je bijna heftig doet verlangen naar de grijze betonwoningen van vroeger.
Het ontwerp van de huizen is van Beltman Architecten. Een ontwerp dat voorziet in een ongekend grootschalige toepassing van wat inmiddels het ‘passiefhuis’ is gaan heten: duurzame woningen, met een maximale isolatie en een zo laag mogelijk energieverbruik. De ontwerpers hebben - binnen de mogelijkheden van de hier toegepaste houtskeletbouw - wel degelijk gezocht naar variatie, maar veel smaken hadden ze niet. Vijf of zes verschillende woningen komen voor, maar altijd in dezelfde strakke stroken geordend en altijd met dezelfde parketvloerachtige buitenkant.
De vernieuwing van Velve-Lindenhof heeft tientallen miljoenen euro’s gekost. Of die investering zichzelf terugbetaalt in sociaal en economisch opzicht, moet nog blijken. Voorlopig echter lijkt de architectuur de grote verliezer. De prijs die qua vormgeving betaald moest worden voor duurzaamheid, is hoog. Dan mag je als bewoner straks in een prachtwijk bivakkeren, een monocultuur van hout blijft nog tot in lengte van dagen een aanslag op de zintuigen.

Tips en suggesties via www.twitter.com/hermanhaverkate

Tubantia gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement