Volledig scherm
Journalist Marten de Jongh © Lars Smook

Zwientie tikken, onschuldig volksvermaak of niet?

Het wordt weer tijd voor het zwientie tikken. Lekker door de blubber baggeren, op jacht naar het zwijn. Maar wie is hier eigenlijk het beest?

bierpulschuiven

Het zomert, ruim baan dus voor de braderieën, dorps- en volksfeesten. Menigeen bekwaamt zich in het hooibaalsurfen, bierpulschuiven, kratstapelen en spijkerbroekhangen. Hooggeprezen takken van sport die het uiterste vragen van onze regionale atleten. Traditiegetrouw worden hun inspanningen afgeblust met onverantwoorde hoeveelheden bier van een niet onbekend regionaal merk. Als je daar geen dorst van krijgt. Helaas kennen de volksspelen ook minder sympathieke trekjes. Met name als dieren het lijdend voorwerp zijn. Neem zoiets als koeschijten, een soort roulette waarbij je wint als de herkauwer zich verwaardigt zich in jouw weilandvak te ontlasten. Onschuldig vermaak, zou je zeggen. Toch heeft het iets ranzigs. De mens die z’n vermeende superioriteit bevestigt door te lachen om een dier dat geen schaamte kent bij de stoelgang.

modderpoel

Maar nog dubieuzer wordt het bij het zwientie tikken waarbij al dan niet geblinddoekte deelnemers moeten proberen om als eerste een varken aan te raken. Een en ander speelt zich af in een dampende modderpoel. Geen onaantrekkelijke omgeving voor varkens, zou je zeggen. Toch past er slechts medelijden met de beesten. Ze worden toegeschreeuwd en opgejaagd en ze gillen het uit als deelnemers aan hun lijf gaan hangen. Filmpjes op YouTube uit onder meer Tilligte en Beltrum getuigen daarvan. ‘Een applausje voor de winnaar’, roept de spreekstalmeester. Ondertussen zijgt een varken uitgeput ter aarde. Maakt het uit, volgend jaar is hij toch kotelet. Dierenrechtenactivisten protesteerden tot dusver tevergeefs tegen het spel. Het is onethisch dieren louter als amusementsartikelen te gebruiken, beweren zij. Die boodschap is echter aan dovemansoren gericht. Kom niet aan onze volksgebruiken, want dan heb je de poppen aan het dansen.

​kwelspelen

Zwientie tikken hoort bij de oude kwelspelen waarbij ter vermaak dieren worden gepijnigd. Het past in hetzelfde rijtje als katbranden, gans- en palingtrekken, waarbij eerlijkheidshalve moet worden opgemerkt dat het zwijn relatief goed af is. Tradities als katbranden zijn al geruime tijd uitgebannen. Niet alleen vanwege het dierenleed, maar ook omdat zij al te opzichtig de sadistische trekjes van mensen openbaren. Het zwientie tikken en het Limburgse ganstrekken houden echter moedig stand. ‘Het is hoog tijd dat burgers in verzet komen tegen de te emotionele voorvechters van dierenrechten, die vanuit een misplaatst superioriteitsgevoel denken dat zij de wijsheid in pacht hebben’, schreef Jo van der Sluijs enkele jaren terug in de Volkskrant.
De woordvoerder van de folkloristische vereniging van ganstrekkers prees de schoonheid van het spel waarbij een ruiter de kop afrukt van een dode gans die aan een waslijn hangt. Ook dit jaar mocht het Limburgse Grevenbicht weer genieten van het geluid van knappende nekjes. ‘Het is een uniek volksfeest, waarin mensen hun onderlinge verbondenheid in heden en verleden tot uitdrukking brengen’, aldus Van der Sluijs.

tradities

Waar komt toch de verbetenheid vandaan waarmee dit soort gebruiken wordt verdedigd? Sommigen zien daarin een behoefte de eigen identiteit te versterken in een steeds eenvormiger wereld. Iets wat ook het venijn zou verklaren waarmee veel Nederlanders reageerden toen Zwarte Piet in verband werd gebracht met racisme. Anderen zien er een verzet in tegen autoriteiten die het niet zouden kunnen hebben dat het volk z’n eigen vermaak organiseert. Een beetje begrip daarvoor lijkt oké. Want inderdaad, hypocrisie ligt op de loer bij al die dierenvrienden die zich amper afvragen waar het onsje halfom op hun bord precies vandaan komt. Maar daar staat tegenover dat het dier al lang niet meer het gebruiksvoorwerp is uit vroeger tijden. De beschaving haalt sommige tradities in. Vooruitgang heet dat. Een beetje varken zal dat grif beamen.

Dit is de bewerkte versie van een artikel uit de rubriek Onder het maaiveld die zaterdag 21 juni in de papieren versie van de krant stond.

Blogs