1. Borne, voorlopig het rampgebied van Twente
    PREMIUM
    COLUMN

    Borne, voorlopig het rampgebied van Twente

    Toen ik hoorde dat het coronavirus in Borne was gearriveerd, belde ik meteen mijn ouders. Die namen niet op. Dit vond ik vrij beangstigend. Ik vreesde dat mijn vader mijn moeder in quarantaine had gedaan in het kippenhok. Dat ze daar volledig ingesmeerd met desinfecterende handgel onder een dekentje lag. Met een kommetje rijst. Zoiets is in Litouwen ook gebeurd. Daar heeft een man z’n echtgenote opgesloten in de badkamer, omdat ze contact had gehad met iemand die iemand kende, die iemand kende die in het buitenland was geweest. Of zoiets. Waarschijnlijk had ze gezwaaid vanuit de verte. De vrouw bleek niet besmet te zijn.
  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.