1. Geen gezeik, flikker op met buitenproportioneel rijk!
    PREMIUM
    Column

    Geen gezeik, flikker op met buitenpro­por­ti­o­neel rijk!

    Als het mogelijk is om een compleet volk vanaf negen uur ’s avonds op te hokken. Als het mogelijk is om vijf maanden de totale horecasector op slot te doen. Als het mogelijk is om jongeren wekenlang geen fysiek onderwijs te geven. Dan moet het ook mogelijk zijn om een Ahold-bestuurder z’n beloning van 6,02 miljoen in te laten leveren. Geen gezeik, flikker op met buitenproportioneel rijk! Het kan niet meer. Het mag niet meer.
  1. Welk neusgat heeft je voorkeur?
    PREMIUM
    Column

    Welk neusgat heeft je voorkeur?

    De vrouw in het beschermende pak staat gereed met haar teststaaf. „Welk neusgat heeft je voorkeur?” Ik vind het een mooie vraag. Niet eerder dacht ik na over mijn favoriete neusgat. „Doe maar de middelste”, antwoord ik. Het is een flauwe grap, maar daarmee stel ik doelbewust het steekmoment uit. Ik heb afgelopen jaar al een staaf in mijn reukorgaan gehad. Toen is gebleken: ik ben geen geen groot liefhebber van voorwerpen in mijn neus. Zelfs niet voor vijf seconden.
  1. Blauw bloed kruipt waar het niet gaan kan
    PREMIUM
    Column

    Blauw bloed kruipt waar het niet gaan kan

    Sinds wanneer heeft de koning een voorbeeldfunctie? Een koning is in feite niets anders dan een gekroond knaapje dat op kosten van het volk zich een leven kan permitteren dat haaks staat op het ploeterende bestaan van menig gezin dat wekelijks naar de voedselbank moet. In ruil daarvoor leest de beste man uit statige toespraken voor dat men dient om te kijken naar het gezin dat wekelijks naar de voedselbank moet. Dat is de koning in een notendop. Of in zijn geval: in een cockpit.