Innoveren met oogkleppen op,
óf even op ‘pauze’ drukken?

Het woord ‘innoveren’ wordt in Twente bijna vaker gebruikt dan het woord ‘noaberschap’. Maar kunnen we al die vernieuwing wel bijbenen? 

Vorige week stond ik met een paar vrienden in de kroeg. Opeens zag ik een oud-klasgenoot binnenkomen. Ik was benieuwd hoe het met ’m ging, dus ik liep naar hem toe. Vroeger voelde ik me altijd wat geïntimideerd door hem. Hij haalde goede cijfers, ik niet. Hij rende de piepjes-test met twee vingers in zijn neus, ik snakte naar adem bij trap twee, hij kreeg aandacht van de meisjes, ik niet. Oftewel die thunderbird-superhero had een gouden toekomst in ’t verschiet.

Golden Boy

Die ‘golden boy’-status hield hij nog even vol. Hij ging hink-stap-sprong door zijn studentenleven, waarbij hij twee masters afrondde. Masters, waarvan je spontaan gaat stotteren als je ze uit wil spreken. Hij stond met een één been stevig in het bedrijfsleven met de wil om de wereld te veranderen met behulp van techniek. Zijn pasfoto zou goed staan in het woordenboek bij ‘innovatie’. Het liep wat anders. Hij kreeg een psychose. „De druk te hoog en te lang opgevoerd in m’n kop”, gaf hij als verklaring. De periode na zijn psychose voelde hij zich als - naar eigen zeggen - een gecastreerd kaslantje. ‘Mêh’, werd z’n favoriete woord. Het herstel duurde enkele maanden. Inmiddels is ’ie weer de oude. Maar één ding is er veranderd. Die Sturm und Drang naar constante verandering is er niet meer.

Toetsenbordheld

Het werd zo’n oude-lullen-borrelpraatavond. We verklaarden de liefde aan ronkende V8 motoren en gaven toe dat we diep inhaleerden als een vrachtwagen naast ons optrok. We uitten onze haat jegens Tinder, sepia-instagramfilters en vreesden dat we broodroosters straks met een app moeten besturen. Hetzelfde gold voor criminaliteit. De ‘oude’ boef had iets romantisch. Nu is het een toetsenbordheld in het dark web. Analoge kerels in een digitale wereld. Dat werd het motto die avond. Naast alle onzinnige superlatieven kwamen we op een gedachtegang die tekenend is voor nu: de keerzijde van de innovatiedrang. Sommigen rennen snel, maar de rest kan het niet bijbenen en tackelt zichzelf. We willen vooruit, maar vergeten onze beperkingen.

Cybercrime

Zelf werk ik bij een beveiligingsbedrijf, actief op tal van gebieden. Zo zijn we ook druk bezig om antwoorden te ontwikkelen op het gebied van cybercrime en informatiemanagement. Interessant en rete-actueel. Eén ding valt op. We zijn in staat de Iphone X op de markt te brengen, maar 70 procent van alle datalekken wordt veroorzaakt door knullig menselijk handelen. Zie je de paradox?
Het gevoel bekruipt me soms dat we willen innoveren om te innoveren. Het woordje ‘innoveren’ wordt in Twente bijna vaker gebruikt dan ‘noaberschap’. En dat zegt wat. We zijn innovatiegeil. Een wildgroei aan innovaties ontstaat. Allemaal met de oogkleppen op en ‘goan’.

Scepsis

Het is scepsis, misschien, maar ik wil even op pauze drukken. Kunnen we niet één ding goed doen, voordat we doorhoppen naar de volgende gepatenteerde versie of het volgende baanbrekende idee half afmaken? Terug naar die klasgenoot. Wat hij nu doet? Hij pleurde zijn mastertitels in de hoek. En werd bakker. Nu kan hij urenlang discussiëren over de ideale baktemperatuur of wegdromen bij het perfecte meel. „Kneden, bakken en verkopen. Daar komt geen lean and mean-innovatie-methode aan te pas. Het is gewoon goed brood.” Volgende week wordt er vast wel weer een nieuw baanbrekend innovatie-plan 3.0 gepresenteerd. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat hij mij dan een brood gaat leren bakken. 

Volledig scherm
© Peter uit het Broek