Volledig scherm
PREMIUM
Theo Krabbe © Marco De Swart

Krabbe: Kerksluiting is geen ramp

De sluiting van kerkgebouwen begint in de Rooms-Katholieke Kerk dramatische vormen aan te nemen. De cijfers spreken voor zich. Zijn er op dit moment in het aartsbisdom Utrecht nog 280 kerken open, over tien jaar zijn er naar verwachting nog tien tot vijftien kerken over, waarvan een handjevol in Twente en de Achterhoek. Dat vertelde kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, vorige week zaterdag in een interview met deze krant. Opzienbarend was dat niet. Eijk vertelde eigenlijk ook niets nieuws. Al op 25 oktober 2013 schreef de kardinaal daarover een brief aan de katholieken in het aartsbisdom, die ging over het geloof in tijden van kerksluiting. Bij parochianen roept het sluiten van een kerkgebouw veel emoties op. Het is het gebouw, waarin ze ter kerke zijn gegaan, een huwelijk hebben gesloten, hun kinderen hebben laten dopen en hun overledenen de laatste eer hebben bewezen. Of kerksluiting zonder meer een ramp is? Nee. Waarom eigenlijk?

  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.