Volledig scherm
PREMIUM
Nathalie Baartman © Marco de Zwart

Kwaad met kwaad bestrijden geeft enkel verliezers

ColumnHet gebeurde niet in een speeltuin in Assen, maar destijds op een camping in Roemenië. Ik at een broodje in het gras met mijn vriendin, en zag ineens een paar meter verderop een potloodventer staan. Pontificaal met paal. ‘Moet je daar zien!’ zei ik.

Mijn vriendin keek op, haalde haar schouders eenmalig omhoog en nam weer een hap van haar brood. ‘Ieder z’n hobby,’ luidde haar reactie. Dit stond haaks op mijn oordeel. Ik borduur graag in de trein, maar vind het niet passend om daarbij mijn onderlichaam te onthullen. ‘Er lopen hier kinderen rond,’ zei ik en klonk als Peter R. De Vries. Aangezien ik geen behoefte had om de Potlood persoonlijk te benaderen met het verzoek z’n klokkenspel netjes terug te hangen, besloot ik hulp te halen.

  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.