Volledig scherm
PREMIUM
Nathalie Baartman. © Carlo ter Ellen DTCT

‘Oale rotrups! Ik zal oe krieg'n’

Column‘Kijk, ik ben nu ook slachtoffer van de eikenprocessierups’, zei ik tegen mijn vriend en toonde hem de onderkant van mijn arm. Met gepaste trots. Alsof ik er bij hoorde, onderdeel was van een heuse hype. ‘Joh, dat zijn gewoon muggenbulten’, zei hij, ‘of warmtepukkels’.

Even dacht ik jaloezie in zijn stem te ontwaren. In ieder geval was zijn magere reactie een volledige miskenning van mijn hippe leed. Ik moest verdere bewijsvoering aandragen, tilde mijn rokje op en toonde hem de binnenkant van mijn dijen. Daar lag een indrukwekkend rood heuvellandschap van huid. Het was zeker geen erotisch plaatje. Maar na twee jaar verkering kan dat. Dan staat het het in beperkte mate tentoonstellen van puist, snorhaar of aambei de liefde niet meer in de weg.

  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.