Volledig scherm
PREMIUM
Nathalie Baartman © Carlo ter Ellen DTCT

Punniken als een trutje eerste klas

COLUMNVijf euro extra kostte de ticket om eerste klas te kunnen reizen. De volgende ochtend zat ik met een houten paddenstoel in mijn hand te punniken in een uiterst comfortabele treinstoel. Geluk op de vierkante centimeter.

Volgens mijn geliefde is punniken de meest zinloze activiteit op aard. ‘Wat moet je naderhand met zo’n wollen sliert?!’ ‘Wacht maar tot je jarig bent,’ was mijn spottende wederwoord. Daarnaast vond hij punniken een behoorlijk seksloze bezigheid. Dat beaamde ik. Het was ook de reden dat ik de klos niet bij me had tijdens de eerste date. Maar na anderhalf jaar verkering mag de ware aard van het vrouwtje onthuld worden. Ik ben een verborgen handwerkmuts. Voortkomend uit een verlangen naar stille eenvoud. Ergens van binnen zou ik het liefst onafgebroken ambachtelijke sjaaltjes willen breien voor politici op de rechterflank. Dat geeft ze hopelijk hun menselijkheid terug in het schrijnende gesodemieter over het kinderpardon.

  1. Voor de ontmoeting met God of de Eeuwige is rust en innerlijke stilte onmisbaar
    PREMIUM
    column

    Voor de ontmoeting met God of de Eeuwige is rust en innerlijke stilte onmisbaar

    We leven in een luidruchtige samenleving vol lawaai en drukte. Auto’s van jongeren zijn soms net rijdende discotheken geworden. De stampende beats uit de luidsprekers zijn goed hoorbaar. Te pas en te onpas rinkelen luid de ringtones van de smartphone. Op straat lopen mensen hardop pratend te bellen. Wie met een instelling of organisatie belt en dan in de wachtstand gezet wordt, moet soms de meest verschrikkelijke muziek aanhoren. Weten we eigenlijk nog wel wat stilte is? Stilte, is dat zwijgen? Afwezigheid van geluid? Kunnen we stilte eigenlijk nog wel verdragen? Wat roept de stilte bij ons op?
  2. ‘Mogen we het verhaal voor plaatsing even lezen?’
    PREMIUM
    Column

    ‘Mogen we het verhaal voor plaatsing even lezen?’

    Het overkwam me deze week nog eens na een overigens prettig gesprek over een niet nader te noemen onderwerp (‘Feind hört mit’) in de kamer van een wethouder te Oldenzaal. Eén van de gesprekspartners vroeg in al zijn onschuld of het misschien mogelijk was dat de verslaggever zijn artikel voor publicatie nog even wilde opsturen. Zodat hij kon controleren op eventuele fouten en verkeerde interpretaties. Een verzoek dat ik beleefd, maar zeer beslist naast me neer heb gelegd.

Opinie