Volledig scherm
PREMIUM
IPTCBron Marco De Swart Enschede;NL;Theo Krabbe. TC Tubantia FOTO MARCO DE SWART © Marco De Swart

Voor de ontmoeting met God of de Eeuwige is rust en innerlijke stilte onmisbaar

columnWe leven in een luidruchtige samenleving vol lawaai en drukte. Auto’s van jongeren zijn soms net rijdende discotheken geworden. De stampende beats uit de luidsprekers zijn goed hoorbaar. Te pas en te onpas rinkelen luid de ringtones van de smartphone. Op straat lopen mensen hardop pratend te bellen. Wie met een instelling of organisatie belt en dan in de wachtstand gezet wordt, moet soms de meest verschrikkelijke muziek aanhoren. Weten we eigenlijk nog wel wat stilte is? Stilte, is dat zwijgen? Afwezigheid van geluid? Kunnen we stilte eigenlijk nog wel verdragen? Wat roept de stilte bij ons op?

De 87-jarige emeritus-studentenpredikant van de Universiteit Twente en voormalig gemeentepredikant Jan de Jongh uit Hengelo publiceerde onlangs een bijzonder interessant boek over de weg van de stilte. De Jongh heeft zich heel zijn leven bezig gehouden met het vieren en samenstellen van de liturgie en ook veel aandacht besteed aan stilte, rituelen en eerbied. ‘Liturgie is het kader waarin het verlangen naar ‘God’ vorm kan krijgen. Vooral door het verbeelden en ervaren van het onuitsprekelijke Geheim, dat ons draagt.’ De Jonghs jongste boek - De weg van de stilte. Een geloofsbalans - gaat over het ervaren, horen of ontmoeten van God in de stilte.

  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.