Volledig scherm
PREMIUM
Nathalie Baartman © Carlo ter Ellen DTCT

We leven nog, mama

Column‘Fikkie, fikkie machen?” vroeg de man, waarbij ik zojuist in de auto gestapt was voor een lift. Ik begreep direct dat hij geen behoefte had aan Wiener worstjes braden boven een kampvuur. „Ich will raus”, zei ik met een paniek die groter was dan ik liet zien. 

De man gaf me de mogelijkheid uit te stappen en zodoende bleef ik achter op het verlaten Roemeense platteland. Een leuk moment om je moeder te bellen: „Ma, ik sta hier met m’n rugzak bij een roggeveld, ben op het nippertje niet aangerand en het weer is hier fantastisch.”

  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.