Volledig scherm
PREMIUM
Theo Krabbe © Marco De Swart

Worstelen met het homohuwelijk

COLUMNDe grootste protestantse kerk in Nederland worstelt er nog steeds mee. Met het homohuwelijk, de kerkelijke bevestiging van de relatie tussen twee homoseksuelen of twee lesbiennes. Krijgt het homohuwelijk straks in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) dezelfde status als een echtelijke verbintenis tussen man en vrouw? Mag het als gelijkwaardig worden beschouwd met het heterohuwelijk? Of blijft de relatie van mensen met hetzelfde geslacht van minder waarde? 

Het is deze controversiële kwestie, waarover de landelijke synode (kerkvergadering) van de Protestantse Kerk in Nederland zich half november zal uitspreken. Hoe dient er worden om te gaan met het onderscheid tussen het ‘zegenen’ van homoseksuele paren of het ‘inzegenen’ van een heterostel in de kerkelijke gemeente?

  1. ‘Hoofd organisatie’ ligt me niet lekker
    PREMIUM
    COLUMN

    ‘Hoofd organisa­tie’ ligt me niet lekker

    Toen ik 19 was en woonachtig te Nijmegen, gaf ik een feest in het studentenhuis van een ander. Op zich is dat niet vreemd. Als je eigen huis, wegens ruimtegebrek, niet feestbestendig is, kan je beter elders de slingers ophangen. Alleen had ik het niet aangekondigd. Ik wist niet dat dat moest. Ik was een oonzeldöpke. Ik wist niet dat je moest zeggen: ‘Trouwens, ik heb vanavond vijftien mensen uitgenodigd in jouw huis.’ Laat staan dat ik moest vragen: ‘Mag ik een feestje geven bij jou?’ Ik was van de extreem-socialistische stempel: jouw huis is mijn huis, mijn feest is jouw feest.