Volledig scherm
Oud-chefs sportredactie Twentsche Courant en Dagblad Tubantia: Willem Pfeiffer en Wim Hesselink (met snor). © Emiel Muijderman

Sportchefs van de twee Twentse kranten voerden strijd zonder haat of nijd

Over OnsOver Ons – De ander de loef afsteken. Dat was eigenlijk het grootste doel van de sportredacties van de Twentsche Courant en het Dagblad Tubantia, toen beide kranten nog elkaars concurrent waren. De voormalige chefs Willem Pfeiffer en Wim Hesselink halen herinneringen op. Het was vooral een avontuurlijke periode.

Of Willem Pfeiffer (1950) wel wist wat Vosta betekende? Of waar de letters Vogido voor stonden? Het waren vragen die hem op sollicitatie bij de Twentsche Courant in 1971 werden gesteld door voormalig hoofdredacteur Jan ‘Job’ Oude Brunink. De krant in Hengelo zocht een leerling-sportjournalist. ‘Maak van je hobby je beroep’, vermeldde de advertentie. Pfeiffer doorstond een spervuur aan vragen en werd aangesteld als collega van coryfeeën als Ton van Dalen (de latere manager van FC Twente en voetbalmakelaar), Jacques Ros en Henny Everts, toekomstig hoofdredacteur en directeur van RTV Oost. „Een toptrio hoor”, zegt Pfeiffer over de toenmalige redactie die de sportpagina’s van de Twentsche Courant verzorgde. „Ik moest in die beginjaren alles doen, van luchtbuksschieten tot het vullen van de duivenrubriek.”

Tot laat in de avond aan de bak

Toen Wim Hesselink (82) in 1955 als leerling-journalist binnenkwam bij Dagblad Tubantia bestond de sportredactie uit twee man: chef Henk van Keulen en tweede man Hennie Naber. Hesselink: „Er stond dagelijks sport in de krant, meestal wel een halve pagina, maar die was voor het grootste deel gevuld met ANP-stukken. Door de week waren Van Keulen en Naber vooral eindredacteur van een regionale editie en pas in het weekeinde kwam de sport. En dan moesten ook de leerlingen flink aan de bak, vaak tot laat in de zondagavond. Pas in het begin van de jaren zestig werd de sportredactie helemaal zelfstandig, kreeg ik ook een eigen bureau en zaten we er met zijn vieren. Wat niet wegnam, dat ook de mensen van de sport op vrijdagmiddag werden ingeschakeld en naar de bioscoop werden gestuurd om een filmrecensie te maken.”

Volledig scherm
Wim Hesselink © Emiel Muijderman

Hesselink werd op 1 januari 1965 aangesteld als chef-sport als opvolger van de tot chef stad & streek benoemde Van Keulen, „een van de beste sportjournalisten die de Tubantia ooit heeft gekend.” „Het jaar van de oprichting van FC Twente, het begin van een mooie periode”, zegt de krasse Enschedeër met een glimlach. Twaalf jaar lang leidde hij de sportredactie van Tubantia. De sportjournalistiek was een groeiende tak, volop in ontwikkeling. „Toch werd er vroeger ook al veel over sport geschreven in de krant. Toen Sportclub Enschede in 1926 kampioen van Nederland werd hebben de kranten daar aandacht aan besteed. Ook het ontstaan van het amateurvoetbal op zaterdag, zoals de oprichting van Sparta Enschede in 1921, heeft de kolommen gehaald. Maar of dat specifiek door een sportredacteur werd gedaan, dat betwijfel ik.”

Eindtoernooien van ‘74 en ‘88

Zowel Hesselink als Pfeiffer, die van 1975 tot en met 1988 chef-sport was, deed verslag van grote internationale wedstrijden en toernooien. Zo was Hesselink namens de GPD (het samenwerkingsverband Grote Provinciale Dagbladen) van de partij tijdens het WK voetbal van 1974 in West-Duitsland – ‘mijn eerste wedstrijd was het openingsduel West-Duitsland tegen Chili in Berlijn, de laatste de traumafinale Duitsland-Nederland’- en volgde Pfeiffer voor de Twentsche Courant (en zusterkranten als Deventer Dagblad en de Zwolse Courant) het Nederlands elftal tijdens het succesvolle EK van 1988 in Duitsland. „De halve finale in Hamburg tegen Duitsland: nog steeds mijn allermooiste wedstrijd ooit. Wat een beleving, geweldig om daar bij te mogen zijn.”

Op reis door Europa met FC Twente

Dichter bij huis bezochten sportjournalisten van beide kranten dezelfde wedstrijden en volgden ze dezelfde teams. Ondanks een felle onderlinge concurrentiestrijd gebeurde veel gezamenlijk en in onderling overleg. Hesselink: „Ik trok veel op met Ton van Dalen. Toen FC Twente in die jaren Europees voetbal speelde waren wij tweetjes de enige journalisten die de club volgden. We sliepen in hetzelfde hotel als de spelers en reisden ook samen.”

Zoals Hesselink ook met zijn TC-collega in de door FC Twente gereserveerde treincoupé zat. „Voor een uitwedstrijd in de eredivisie werd gereisd per trein, een eigen bus hadden de teams toen nog niet. Deelden we aan spelers foto’s uit van wedstrijden die de krant niet hadden gehaald. Op de terugweg schreven we het verslag in een schrijfblok op. Zeven blaadjes papier. Natuurlijk keek je niet bij elkaar wat er werd genoteerd, maar het kwam wel voor dat je vroeg wie die voorzet nou had gegeven.”

Volledig scherm
Wim Hesselink (met krant) komt in 1971 aan op het vliegveld van Turijn voor de eerste wedstrijd van FC Twente in de kwartfinales van het toernooi om de Europese Jaarbeursstedenbeker. Links Ferdinand Fransen, die vaak zelf als reisleder optrad. © Emiel Muijderman

(Lees verder onder de foto)

Uitslagen nabellen

De samenwerking had ook praktische voordelen. Zo hadden beide redacties elk een poule van medewerkers die in het weekeinde talloze clubs nabelden voor uitslagen en korte berichten. Pfeiffer: „Je had destijds nog de TVB, de Twentse Voetbalbond. Een onderbond van de KNVB. Met de eerste en tweede klasse, de huidige vijfde en zesde klasse van het zondagvoetbal. Die kregen anderhalve regel in de krant. Op een gegeven moment spraken wij met Tubantia af dat wij de clubs van 1A en 2A belden en zij 1B en 2B. De gegevens wisselden we vervolgens onderling uit. Dat scheelde een hoop werk. Voor ons, maar ook voor de secretarissen van al die clubs.”

Quote

Natuurlijk keek je niet bij elkaar wat er werd genoteerd, maar het kwam wel voor dat je vroeg wie die voorzet nou had gegeven.

Wim Hesselink

Iets verder ging het gezamenlijke statement van beide kranten tegen de Enschedese topbasketbalformatie Arke Stars, dat in de jaren 70 speelde in een bomvolle Diekmanhal. „Hoofdsponsor Ferdinand Fransen kwam toen op het idee de naam van de club te veranderen in Arke Reizen”, herinnert Hesselink zich. „Zie je het voor je, een kop over zes kolommen op de eerste sportpagina: ‘Arke Reizen doet goede zaken’. Die gratis reclame ging Ton en mij te ver. In overleg met de hoofdredacties hebben wij de naam in de krant aangepast in AR Enschede. Fransen in de hoogste boom, wij moesten bij hem op kantoor komen. Hij was pisnijdig, maar wij gaven duidelijk aan achter ons besluit te blijven staan. Ik moet Fransen nageven dat hij nooit rancuneus tegen ons is geweest.”

Het huis-aan-huisblad Twente Intiem kwam er volgens Hesselink nog wel op terug. ‘Regionale pers vermoordt basketbal in Twente’ stond er boven het verhaal. „Een uitspraak van Fransen. Het weekblad werd uitgegeven door de Twentsche Courant.” Pfeiffer: „Ja, dat was niet zo’n fijn verhaal.”

Het ontslag van Spits Kohn

De onderlinge concurrentie hield de sportredacteuren scherp, zeggen Hesselink en Pfeiffer. „We hebben felle gevechten met elkaar gevochten, zonder dat er sprake was van haat en nijd of afgunst”, zegt Pfeiffer. „En dat zorgde uiteindelijk voor goede verhalen.” Terwijl volgens hem beide sportredacties eigenlijk niet met elkaar te vergelijken waren. „De Tubantia was een landelijke krant, die in Enschede werd uitgegeven. Wij, de Twentsche Courant, waren veel meer regionaal.”

Het verschil was ook dat Tubantia over veel meer personeel beschikte. „Als je dan hetzelfde wilt brengen, dan moet je harder werken”, aldus Pfeiffer. „Toen ik bij de TC begon had de sportredactie al een prima naam door de fantastische schrijvers die er zaten. Maar van 9 tot 5 uur werken, daar hadden wij nog nooit van gehoord. Je lag heel laat in bed en als je uit je nest kwam, dan was je alweer met het volgende verhaal bezig.”

Volledig scherm
Willem Pfeiffer © Emiel Muijderman

In al die jaren dat beide sportredacties volop in de race waren om dé primeur in de krant te krijgen valt volgens Pfeiffer één verhaal echt op. „Het ontslag van Spitz Kohn als trainer van FC Twente in 1979. Een pyrrusoverwinning voor ons. We hadden er lucht van gekregen dat Kohn zou vertrekken. Het bestuur ontkende. ‘Het is jullie verantwoordelijkheid als je het schrijft’, kreeg ik te horen. Wij publiceerden het, de krant uit Enschede bracht het nieuws niet. Een fantastische primeur, hoe triest het ook was voor Kohn.”

Europese finale voor FC Twente

Quote

Ik had van alle spelers het telefoon­num­mer en kwam bij ze thuis over de vloer

Willem Pfeiffer

En over FC Twente gesproken, hoogtepunt voor Hesselink was natuurlijk de UEFA-cupfinale tegen Borussia Monchengladach in mei 1975. Hesselink: „De eerste wedstrijd eindigde in 0-0, een resultaat waar ze bij Twente heel blij mee waren en de supporters niet minder. Ik dacht er anders over. Niet scoren in de uitwedstrijd tegen een ploeg, die als je goed keek, toch heel wat mans bleek te zijn. Dat heb ik in mijn verslag uitvoerig uitgelegd, met ook nog eens als waarschuwende kop ‘Er komt nog een wedstrijd…’ Nou, dat heb ik geweten. Ik moest zelfs bij hoofdredacteur De Bode op het matje komen. De return was een week later in Het Diekman. Binnen tien minuten 2-0 achter door fikse verdedigingsfouten en uiteindelijk 5-1 voor Borussia. Natuurlijk had ook ik de pest in, maar aan de andere kant…”

Het filmrolletje onder de auto

En dan is er nog het verhaal van het filmrolletje, vastgeplakt onder de bumper van de auto van Tubantia-fotograaf Henk Brusse. Die was samen met een redacteur naar het Franse Reims afgereisd voor een semi-interland tussen een voetbalelftal van Noord-Frankrijk en eentje van Oost-Nederland. De Twentsche Courant had enkel een verslaggever in Noord-Frankrijk, maar die had van een fotograaf ter plekke een filmrolletje gekocht en onder de wagen van Brusse bevestigd. Terug in Enschede haalde iemand van de Twentsche Courant het rolletje op en zo presenteerde de krant een dag later vol trots drie foto’s bij het verslag. Nota bene eentje meer dan Tubantia, dat zeker wist dat er geen TC-fotograaf in Reims aanwezig was. „Een legendarisch verhaal”, zegt Hesselink en lacht.

Volledig scherm
Johan Cruijff en Willem Pfeiffer © Archief Twentsche Courant

(Lees verder onder de foto)

‘Niet meer te vergelijken met toen’

Jaren na hun vertrek bij de krant volgen de twee oud-chefs de regionale sportjournalistiek nog trouw en vol interesse. Pfeiffer heeft z’n eigen website Hippisch Twente over Twents paardensportnieuws, terwijl Hesselink nog regelmatig op de perstribune van FC Twente zit. „Het werk van nu is niet meer te vergelijken met hoe het in onze tijd ging”, zegt Hesselink. „Alles moet nu snel, snel meteen online en vooral kort.” Pfeiffer: „Oudere mensen zeggen vaak dat vroeger alles beter was dan nu, in dit geval klopt dat inderdaad. Niet elk vernieuwingsproces heeft in mijn ogen tot betere kwaliteit geleid.”

Bellen met Rijvers over de opstelling

Een ander groot verschil noemt Hesselink het onderlinge contact dat hij en zijn collega’s met sporters en trainers destijds hadden. „Nu is er het wekelijkse perspraatje van Twente voor de media, in mijn tijd belde Kees Rijvers (trainer van FC, red.) mij op om de opstelling door te geven. En als hij er niet was, deed zijn vrouw het.”

„Wij zaten gewoon in het spelershome. Ik weet nog dat ik er na de 8-1 nederlaag tegen Ajax door de week een keertje tot half drie ’s nachts heb gezeten met Fritz Korbach, van wie enkele dagen na de afstraffing bekend werd dat hij het seizoen erop geen trainer meer zou zijn in Enschede”, zegt Pfeiffer. „Ik had van alle spelers het telefoonnummer en kwam bij ze thuis over de vloer. Als je nu een interview met een speler wilt, dan moet je dat vaak enkele weken vooraf aanvragen.”

Grote veranderingen, maar het uiteindelijke doel is volgens beide sportjournalisten ongewijzigd: de lezer verrassen met nieuws en een goed verhaal. „Daar gaat het om.”

Bekijk hier het dossier met alle verhalen rondom 175 jaar Twentse krant

  1. Zo halen we de onderste steen boven in de kwestie ‘Verzakkingen langs kanaal’
    Over Ons

    Zo halen we de onderste steen boven in de kwestie ‘Verzakkin­gen langs kanaal’

    Verzakte gevels, scheuren in muur en vloer, schimmel in de kelder en een terras als een golfslagbad. Langs het kanaal Almelo - De Haandrik, vooral in Geerdijk en Vroomshoop, zijn 260 huizen fors beschadigd sinds het kanaal geschikt is gemaakt voor grotere schepen. Nachtmerrie langs het kanaal’ kopte Tubantia deze zomer. De krant wil dat in deze kwestie de onderste steen bovenkomt en heeft een wob-verzoek ingediend.
  2. ‘We kregen op de redactie veel mails van mensen die Frits Spits sterkte wensten’

    ‘We kregen op de redactie veel mails van mensen die Frits Spits sterkte wensten’

    Het interview met radiomaker Frits Spits (71) van vorige week zaterdag raakte ontzettend veel lezers. Spits – echte naam: Frits Ritmeester – vertelde daarin openhartig over het verdriet na de dood van zijn vrouw Greetje, zijn grote liefde met wie hij 45 jaar was getrouwd. Het interview, dat ook in De Gelderlander werd gepubliceerd, werd gemaakt door Anniek van den Brand (52), chef AD Magazine. Zij vertelt waarom ze de radiomaker juist nu wilde interviewen, hoe het contact met hem tot stand kwam en wat het gesprek met haar deed.