Volledig scherm
175 jaar Tubantia © -

Verslaglegging door de jaren heen

Over OnsOver Ons – Het dna van Twente vind je terug in 175 jaar regionale kranten. Elke jaargang, elke editie vertelt iets over ons verleden.  Maar dat ging vroeger wel echt anders dan nu...
Hoe zien die kranten er uit ten tijde van de vorige eeuwwisseling? Het regionale nieuws heeft een bescheiden plek binnenin, mede omdat een goed netwerk van lokale journalisten ontbreekt.

De Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam zijn een gebeurtenis zonder weerga. Nooit eerder trok een sportevenement in Nederland zoveel (internationale) belangstelling. Alle reden voor de vaderlandse pers om uitgebreid verslag te doen van de wedstrijden. Niet voor de Twentsche Courant, de krant voor katholiek Twente. Aan de openingsceremonie wordt zelfs geen letter gewijd. Het 25-jarig priesterjubileum van een missionaris krijgt wél alle aandacht. De TC-lezer moet het verder doen met één summier artikel over de Olympische Spelen en daarin gaat het vooral over het ‘verwerpelijk bezig zijn’ van de atleten. Net zoals de krant de abonnees eerder al eens waarschuwde voor het onzedelijke karakter van de charleston, een nieuwe dans die in de roaring twenties helemaal hip en happening is.

Kranten zijn de spiegel van de tijdgeest. Dat laat de verslaglegging van de Twentsche Courant in 1928 heel mooi zien. De invloed van de conservatieve kerk op de katholieke pers is in die dagen groot. De geestelijken bepalen de inhoud van de kolommen en zullen dat tot in de jaren 60 nog blijven doen. De redactie heeft zich daarbij neer te leggen. Want: een negatief leesadvies vanaf de kansel betekent dalende abonnee-aantallen. De macht van de kerk reikt ver.

‘Vuile vingers van den fiscus’

Volledig scherm
175 jaar Tubantia © -

Sinds de eerste uitgave in 1844 is de regionale krant voor lezers het venster op de wereld. Het blaadje van vier pagina’s, uitgegeven door de Almelose drukker J.T. Sommer, is voor Twentenaren aanvankelijk de enige nieuwsbron, naast de verhalen op straat en de openbare bekendmakingen. Eén keer in de week worden de lezers geïnformeerd over zaken in de directe leefomgeving en in de wereld buiten de landsgrenzen. 90 cent per kwartaal betalen ze daarvoor. Wie buiten Almelo woont moet een gulden neertellen. Maar daar krijg je wel de dienstregeling van de treinen meegeleverd. Treinen die overigens nog niet in Twente rijden, want dat gebeurt pas vanaf 1865...

Dat het abonnement in die eerste jaren zo duur is, en dus alleen betaalbaar voor de rijke bovenlaag, komt door de overheid. Uitgevers mogen alleen gezegeld papier gebruiken. Meer dan de helft van de opbrengst gaat rechtstreeks naar de belasting. Het dagbladzegel, dat wordt betiteld als ‘de vuile vingers van den fiscus onderaan de pagina’s’, verdwijnt pas in 1869. Daarna verschijnen overal in het land steeds meer nieuws- en advertentiebladen. Ook in Enschede, waar de plaatselijke boekhandelaar Van der Loeff in 1872 begint met ‘Tubantia. Volkscourant voor Twenthe’. Eerst alleen op zaterdag, later op meerdere dagen in de week. Vanaf 1912 durft Van der Loeff het zelfs aan om zes dagen in de week een krant uit te brengen.

Franse vliegenier

Hoe zien die kranten er uit ten tijde van de vorige eeuwwisseling? Het regionale nieuws heeft een bescheiden plek binnenin, mede omdat een goed netwerk van lokale journalisten ontbreekt. In de uitgave van Tubantia op 1 mei 1912 domineert op de voorpagina het buitenlandse nieuws. De enige illustratie is het getekende portret van een gedistingeerde man met pet en snor. Het blijkt om de Franse vliegenier Jules Vidrines te gaan. Tubantia heeft in een eerdere editie gemeld dat hij is overleden, maar dat moet de krant rectificeren. ,,Wel is de moedige vlieger ernstig gewond. Gewoonlijk droeg hij een valhoed en juist nu had hij dien niet op.”

Voor het nieuws uit Enschede moet de lezer naar de tweede pagina. Daar wordt gemeld dat de heer M.J. Lotgerink ‘een keurige pendule’ van zijn collega’s heeft gekregen vanwege zijn 25-jarig dienstverband bij de posterijen. Verder is te lezen dat de plaatselijke boekhandels een serie van zes prentbriefkaarten verkopen (‘toonende de ruïnes der R.K. kerk en de Markt’) ter herdenking van de grote stadsbrand precies vijftig jaar eerder.

De krant is in deze periode het ideale platform voor gemeenten en andere organisaties. De notulen van de vergadering van de Kamer van Koophandel in Enschede staan in extenso afgedrukt in de redactionele kolommen, inclusief de mededeling dat ‘door den Pruisischen staat in ’t leven geroepen sneltreinverbinding Münster/Gronau-Amsterdam weder opgeheven is, daar men die verbinding niet rendabel genoeg achtte’. Toespraken van notabelen worden onverkort weergegeven. En als de gemeenteraad bijeenkomt wordt daarvan van het begin tot het eind verslag gedaan. Een kritische noot ontbreekt. De journalist is notulist.

Harry Strooman

De nieuwsvoorziening van de regionale krant is jarenlang in handen van goedwillende amateurs die hun uiterste best doen, maar niet in staat zijn het nieuws in Twente en daarbuiten volledig te coveren. Ook in de jaren kort na de oorlog is het nog behelpen. De centrale redactie van de Twentsche Courant telt dan slechts twee professionals, de hoofdredacteur en zijn assistent. Ze sturen dagelijks een motorfiets de regio in om de berichten van de plaatselijke correspondenten op te halen. Buitenlands nieuws komt binnen via Radio Herrijzend Nederland, die de berichten van de Engelse legerradio op dicteersnelheid uitzendt. De slechte verstaanbaarheid van de zender leidt nogal eens tot fouten. Zo wordt de naam van de nieuwe Amerikaanse president Harry Truman verbasterd tot Turman. De Enschedese editie van Het Parool maakt er zelfs Strooman van.

Geleidelijk neemt de professionalisering toe. De kranten worden dikker, omdat redacties groter worden en er bovendien steeds meer nieuws te melden is over Twente. De verstedelijking neemt toe door de industrialisatie en daarmee groeit ook het aantal abonnees.

Drie strepen

Er ontstaat een hevige concurrentiestrijd tussen het Dagblad Tubantia en de Twentsche Courant. Veel is geoorloofd om ‘die andere krant’ te slim af te zijn. Het is een sport om zoveel mogelijk wedstrijdfoto’s van verschillende amateurwedstrijden af te drukken. Op zondagmiddag is dat eigenlijk ondoenlijk, aangezien alle duels om half 3 beginnen. Een fotograaf lost het op door vanaf de parkeerplaats foto’s te schieten, zodat hij meteen door kan naar het volgende voetbalveld. Hij vergeet helaas dat hij om de autospiegel heen had moeten fotograferen.

Zijn collega verzint een andere list. Deze fotograaf vraagt een thuisspelend elftal ver vóór de aftrap om alvast in het veld te gaan staan voor een in scène gezette ‘actiefoto’. Zo kan hij extra vroeg op pad en daarna de andere wedstrijden ook nog meepikken. De voetballers werken graag mee en kleden zich snel om. Later die dag in de donkere kamer ontdekt de fotograaf dat niet elke speler zijn voetbalschoenen heeft aangetrokken. Enkele staan te ‘spelen’ op hun zondagse stappers. Snel brengt hij drie witte strepen aan, zodat het op de foto net echte voetbalschoenen lijken. Geen lezer die het ’s maandags in de gaten heeft.

Van Heek en de boerenopstand

Volledig scherm
175 jaar Tubantia © -

De wederopbouw van de Twentse steden. De eerste massaontslagen bij Van Heek & Co in 1967, plus de daaropvolgende ondergang van de textielindustrie. De boerenopstand in Tubbergen, vier jaar later. Het doortrekken van de A1 vanaf Deventer. De Twentestaddiscussies in de jaren 90. Over al deze naoorlogse onderwerpen zijn pagina’s volgeschreven. Verslagen van bijeenkomsten, sfeerreportages, opiniestukken, ingezonden brieven van lezers. Ze schetsen samen een interessant beeld van de ontwikkeling van Twente tot wat het nu is. Een beeld dat bovendien de tijdsgeest van het moment laat zien.

De regionale geschiedenis is vastgelegd op honderdduizenden pagina’s krantenpapier. Wie de kranten van de afgelopen eeuw erop naslaat ziet de tijd aan zich voorbij trekken. Bijna had dat niet meer gekund, want de jaargangen stonden jarenlang te verkommeren in een Enschede bedrijfshal. Gelukkig is het gedundrukte verleden gered van de ondergang. De oude kranten liggen nu veilig bewaard in het provinciale archief in Zwolle. Het vooroorlogse deel is al gedigitaliseerd. Iedereen kan er met z’n laptop in grasduinen via de website Delpher. Ideaal voor (amateur)historici. Archiefonderzoek is zo een fluitje van een cent. Het dna van de regio ligt na een paar muisklikken voor het oprapen.

De veel grotere naoorlogse krantenproductie van de Twentse uitgevers staat wegens geldgebrek nog niet online. Het is de hoogste tijd om ook die regionale persgeschiedenis volledig te ontsluiten. Er moet geld komen voor een volgend digitaliseringsoffensief. Verder is het van historisch belang dat de krant als product blijft bestaan, zodat ook toekomstige generaties kunnen teruglezen hoe wij in onze tijd leefden en tegen de wereld aankeken. Een volk dat zijn eigen verleden verwaarloost lijdt aan geheugenverlies en gaat een moeilijke toekomst tegemoet.

Dit artikel is mede gebaseerd op de uitgaven De Twentsche Courant: van underdog tot dagblad en Een krant in het oosten: bij het afscheid van een courantier.

  1. Zo halen we de onderste steen boven in de kwestie ‘Verzakkingen langs kanaal’
    Over Ons

    Zo halen we de onderste steen boven in de kwestie ‘Verzakkin­gen langs kanaal’

    Verzakte gevels, scheuren in muur en vloer, schimmel in de kelder en een terras als een golfslagbad. Langs het kanaal Almelo - De Haandrik, vooral in Geerdijk en Vroomshoop, zijn 260 huizen fors beschadigd sinds het kanaal geschikt is gemaakt voor grotere schepen. Nachtmerrie langs het kanaal’ kopte Tubantia deze zomer. De krant wil dat in deze kwestie de onderste steen bovenkomt en heeft een wob-verzoek ingediend.
  2. ‘We kregen op de redactie veel mails van mensen die Frits Spits sterkte wensten’

    ‘We kregen op de redactie veel mails van mensen die Frits Spits sterkte wensten’

    Het interview met radiomaker Frits Spits (71) van vorige week zaterdag raakte ontzettend veel lezers. Spits – echte naam: Frits Ritmeester – vertelde daarin openhartig over het verdriet na de dood van zijn vrouw Greetje, zijn grote liefde met wie hij 45 jaar was getrouwd. Het interview, dat ook in De Gelderlander werd gepubliceerd, werd gemaakt door Anniek van den Brand (52), chef AD Magazine. Zij vertelt waarom ze de radiomaker juist nu wilde interviewen, hoe het contact met hem tot stand kwam en wat het gesprek met haar deed.