Volledig scherm
Fardau Wagenaar © RIKKERT HARINK

We werden uitgelachen: ‘Zitten jullie op Twitter? Dat wordt toch helemaal niets?’

Over onsActief op Twitter sinds november 2009... Al bijna tien jaar. Ik kijk er van op dat ik al zo lang tweets de wereld in slinger en Twitter al zo lang een onmisbaar onderdeel is van mijn werkzame leven. Het klinkt zwaar, maar ik zweer je: er is een leven voor en na social media. 

Terwijl ik dit schrijf zit ik in een vol mediacentrum van Roland Garros in Parijs. Ik ben hier voor AD Sportwereld en de regionale kranten en maak verhalen over Roger Federer, Kiki Bertens en de staat van het Nederlandse tennis. Stukjes voor online, maar vooral voor het papier. Ik kijk tennis, ga naar persconferenties en tik. Het is die ene week (of twee, dat ligt er aan hoe ver Kiki komt) per jaar dat niemand me op Twitter verwacht. En het weer even is zoals vroeger, voor die dag in november 2009. Wat een rust.

We werden uitgelachen door collega’s van andere kranten. ‘Zitten jullie op Twitter? Ha ha, dat wordt toch helemaal niets? Tweet, tweet’. Samen met mijn voetbalcollega twitterde ik live bij wedstrijden van FC Twente. We waren een setje op het medium, Leon en Fardau. We hadden geen idee of het wat zou worden, maar het voelde gaaf en onwennig om overal live bij te kunnen zijn. Om binnen een seconde de wereld in te kunnen slingeren dat Blaise N’Kufo de ploeg op een 1-0 voorsprong had gezet. We werden steeds enthousiaster, alles was nog zo vriendelijk.

Quote

Het voelde gaaf en onwennig om overal live bij te kunnen zijn

Scheiding

200 volgers werden er 1000, 1000 werden er 25.000. Bij 800 scheidden Leon en ik officieel. We zijn te anders. Ik ben vooral van het verslag, beschrijf wat ik zie. Hij geeft vaker zijn mening. Dat werkte niet meer, we gingen alleen verder. We togen door Europa met FC Twente, twitterden zij aan zij foto’s van de stadions van Vaslui, Manchester City en legden vast hoe we bij -16 graden bevroren in Moskou. Of althans, dat deed ik. De telefoon van Leon gleed uit zijn zak de wc-pot in. Dikke paniek natuurlijk, want we moesten en zouden alles in 140 woorden twitteren. De nacht voor het duel in Sint Petersburg verongelukte de vrouw van de doelman van Zenit. We deelden alles. 

De landskampioen van 2010 zakte na 2012 steeds dieper weg. We bleven beschrijven wat we zagen en maakten kennis met een nieuw fenomeen: haters. Overweldigend en soms ook intimiderend. De euforie werd gedempt en maakte plaats voor steeds meer chagrijn. Vrolijkheid werd woede. ‘Sta er boven’ werd een soort standaardadvies van mensen die niet gehaat worden. Ga er lekker zelf boven staan. Als ik weer eens ‘achter het gasfornuis’ moest, wilde ik er nog wel eens een knetterend feministisch tweetje ingooien. Zinloos tegelijk, ongetwijfeld.  Best lekker af en toe. 

Blokkeren

Bij bijzondere gebeurtenissen, nieuws of wedstrijden vind ik Twitter nog altijd een enorme verrijking. Wie kan zich nog voorstellen dat we tien jaar geleden ’s morgens in de krant moesten lezen wie de nieuwe trainer zou worden, terwijl dat de ochtend ervoor al bekend was?  Haters blokkeer ik, dat vinden zij heel flauw, ik vind het terecht en rustgevend. Ik haat haters, maar gelukkig zijn er ook zoveel mooie mensen online.  Als supporters van Twente weer massaal de tegengoals van Heracles liken, grinnik ik om de repeterende humor en zet ik de notificaties uit (dan weten jullie dat!). 

De eerste dagen hier in Parijs keek ik bijna elke tien minuten op Twitter. Heb ik mentions, zijn er nog nare of leuke opmerkingen, is er nieuws? Het is een onderdeel van mijn leven geworden. Soms vervloek ik het en verlang ik naar de dag dat ik mijn account sluit, soms houd ik er intens van. Ik kick nu af en leef weer het ouderwetse en achteraf gezien, behoorlijk rustige bestaan van de krantenjournalist. Die van vóór het socialemediatijdperk. Maar bij deze waarschuw ik jullie alvast: als Kiki of Roger Roland Garros wint, dan spam ik jullie timeline ongegeneerd helemaal vol. Hopelijk tot dan.

Volledig scherm
© Rikkert Harink