Volledig scherm
© Thinkstock

Aangifte faillissementsfraude tegen drie Twentse pgb-bureaus

ENSCHEDE - De drie failliete pgb-zorgbureaus Zorg in Twente, Stichting Alles en Maron BV hebben zich volgens de curatoren schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Volgens Wouter Weenink, curator van Zorg in Twente, is er ‘in een moordend tempo’ geld doorheen gejaagd.

Waar het geld naartoe ging hebben de directeuren van de drie bedrijven, Martin B. en Ron H., niet kunnen uitleggen. Vandaar dat er aangifte gedaan wordt van fraude. Weenink trekt in deze zaak op met Jetse Eringa, curator voor de Stichting Alles en Maron BV.

Vermoeden
Zoals eerder gemeld hadden zowel cliënten als medewerkers al veel langer het vermoeden van fraude bij de drie bedrijven. De cliënten waren allemaal mensen die een pgb-budget voor zorg ter beschikking hadden. Zij meldden in De Twentsche Courant Tubantia dat ze vaak veel meer uren zorg moesten aftekenen dan daadwerkelijk geleverd was. Medewerkers werden onregelmatig en uiteindelijk helemaal niet meer uitbetaald. Een aantal medewerkers vroeg daarom het faillissement aan.

Onduidelijk
De beide curatoren zijn na overleg tot de conclusie gekomen dat er in de drie bedrijven geldstromen niet zijn verantwoord. „Het is onduidelijk wat er met dat geld gebeurd is”, stelt Weenink. Volgens hem is er overigens wel degelijk zorg verleend, ‘maar dat kwam omdat er een gemotiveerde club medewerkers zat die zich verantwoordelijk voelde voor hun cliënten’.

Doorgeschoven
Zorg in Twente uit Almelo ging in oktober vorig jaar failliet. Een aantal cliënten en personeelsleden werd door de directeuren vervolgens doorgeschoven naar hun andere bedrijf, de Almelose Stichting Alles. Die ging in maart failliet. De stichting wilde een aantal cliënten dagbesteding laten uitvoeren bij hun derde zorgbedrijf, Maron BV. Dat was gevestigd in Enschede, in een pand van sloopbedrijf Hein Heun. Onder meer vanwege een huurachterstand van 70.000 euro werd Maron in april failliet verklaard.

Weenink en Eringa gaan nu aangifte doen voor alle drie de bedrijven en dragen daarmee dit deel van het faillissementsonderzoek over aan het Openbaar Ministerie en de Fiod.