Volledig scherm
Sander Boschker en oud-suppoost Anton Bossink (90) openen het FC Twente museum. Foto Reinier van Willigen

Enschede bakermat van voetbalsport

ENSCHEDE - Niet in Haarlem is voor de eerste keer een voetbalwedstrijd te zien geweest maar in september 1885 op landgoed Amelink, tussen Enschede en Lonneker, waar nu zorgcentrum ’t Bouwhuis is. Niet de zelfbenoemde sportkenner en bejubelde -beoefenaar Pim Mulier bracht de voetbalsport naar Nederland, maar (Jan) Bernard van Heek uit Twente, telg van het bekende textielgeslacht.

De jonge entrepreneur studeerde in Engeland, waar de textiel booming was, aangedreven door stoommachines. Een Engelse krant meldde dat de Enschedeër in 1884/1885 op bezoek was in Burnley. Daar maakte hij kennis met het spel.

Van Heek keerde terug naar het oosten en nam de eerste lederen voetbal mee over Het Kanaal. Tot dan was vooral rugby populair in de hogere kringen. Veel rugbyclubs kregen voetbalafdelingen.

Thuis richtte Van Heek op 30 juni 1885 de Enschedese Football Club op en organiseerde hij een demonstratie van de nieuwe sport. Die werd zondag 6 september gegeven, na een vliegerwedstrijd.

In het FC Twente-museum ‘Sinds 1965’, dat gisteravond door keeper Sander Boschker en oud-suppoost Anton Bossink (90) is geopend, wordt Van Heek geëerd als de man die het voetballen naar Nederland bracht, en niet de geroemde Pim Mulier. Journalist Frans van den Nieuwenhof van Voetbal International heeft de historie ontrafeld en uitgeplozen dat Muliers lezing niet kan kloppen. De bakermat van het voetballen in ons land heeft aan de Oldenzaalsestraat in Enschede gestaan.

Lees meer in De Twentsche Courant Tubantia van vrijdag