Volledig scherm
Fardau Wagenaar © Emiel Muijderman

Jan Smit is een verademing

Wat een verademing in de doorgaans fluisterende voetbalwereld: iets zeggen waar het op staat. Heracles-voorzitter Jan Smit deed dat afgelopen maandag. Gewoon recht voor de raap zei hij: geen idee of trainer Jan de Jonge zaterdag nog op de bank zit bij Heracles. Het is een beste kerel, maar hij krijgt de boel niet aan de praat. Klaar, iedereen begrijpt het, niemand hoeft te gissen of het gebeurt, hooguit wanneer het gebeurt.

Je kunt zeggen: hij laat die arme De Jonge nu voor het oog van het land bungelen. Ja, maar zou dat anders zijn als je erover zwijgt met z’n allen? Je stiekem achter de rug van de trainer om praat? Alsof De Jonge zelf niet precies weet hoe de vlag erbij hangt. Dat hij in de schijnwerpers staat en de kans bestaat dat hij een keer ontslagen wordt, is onderdeel van het trainersvak. Dat weten ze allemaal. Smit had ook kunnen zeggen dat hij ‘alle vertrouwen heeft in de trainer’, maar iedereen weet wat die woorden betekenen.

Naar de uitgang
Met twee collega’s heb ik op een zondagmorgen in februari 2013 vanaf half acht uren gepost voor de deur van het spelershome van FC Twente. Steve McClaren zat daarbinnen en iedereen wist dat de trainer met dwingende hand richting de uitgang werd geduwd. Sterker, de Engelsman hield ons op de hoogte via sms en telefoontjes vanaf het toilet. Maar toen de deur na uren openging meldde de voorzitter: ‘Ik snap niet wat jullie hier doen. Wij hebben een heerlijk kopje soep gegeten. Fijne dag!’ Vrolijke lach, hoofdschuddend bijna, want er gaat hier echt niets gebeuren. Anderhalve dag later was McClaren geen trainer meer van FC Twente.

Vuile was
In de voetballerij vinden we schimmig doen inmiddels veel normaler geworden dan het hardop en direct benoemen van dingen. In de voetballerij benoem je slechte of moeilijke zaken liever helemaal niet, maar draai je er omheen. Of praat je achter elkaars rug om. Je fluistert erover: ‘Ssst, je hebt het niet van mij.’ De vuile was hou je zo lang mogelijk binnen en een vlek poets je weg met een leugentje om eigen bestwil als het moet. En als het onvermijdelijke eenmaal is gebeurd, dan praat je recht wat krom is en probeer je er vooral zelf zo goed mogelijk vanaf te komen. En vaak lukt dat ook nog.

Zachte heelmeesters...
Dat Jan Smit gewoon man en paard noemt is nu voer voor discussie, maar eigenlijk zou het de normaalste zaak van de wereld moeten zijn. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, harde doen dat niet. Die scheppen gewoon duidelijkheid en houden de lijdensweg zo kort mogelijk.

Fardau Wagenaar