Volledig scherm
Journalist Hennie Talens © Lars Smook

Te weinig tepels? Dan fok je die toch gewoon...

Meer biggen? Dan ook meer tepels voor de zeug. Alsof het een Ikeaproduct betreft wordt er gewerkt aan het verhogen van het aantal spenen bij zeugen.

Er worden per moederdier meer biggen geboren en dat heeft gevolgen voor de voedselverstrekking. Volgens actiegroep Wakker Dier werden tien jaar geleden per zeug 11,6 biggen geboren, nu is dat aantal met 2,5 big opgelopen naar 14,1.

Het aantal tepels is niet meegegaan in dat tempo, waardoor een deel van de biggen te weinig voedsel krijgt en via allerlei kunstgrepen moet worden bijgespijkerd. Volgens Wakker Dier sterven hierdoor onnodig veel roze makkertjes.

Meer spenen

Maar daar wordt door de sector aan gewerkt. ,,We proberen al jaren zeugen te fokken die niet alleen meer biggen werpen, maar ook meer spenen hebben om ze te voeden”, zegt zeugenfokker Gert van Beek woensdag in onze krant.

Hoe gaat dat dan? Kun je zulke beesten bestellen, kun je er wat extra spenen aan plakken of moet er op een andere manier aan het originele model worden gesleuteld?

Een bevriende dierenarts vertelt mij dat er geen vast aantal spenen per zeug bestaat. Er zijn varkens met tien maar ook met twintig tepels. Je kunt ze met meer spenen fokken door tepelrijke exemplaren te kruisen met beren (mannetjesvarkens) van het vrouwelijke typ. Sommige beren hebben rudimentaire tepels en die moet je hebben.

Schepping

Varkens zijn bij de schepping voorzien van tien tepels, schrijft Karel Knip in een column uit 1998 op internet. De schrijver heeft zich verdiept in het onderwerp Tepeltal. Hij beschrijft een aantal modellen. Twee tepels op een jong komt vrij algemeen voor. Bij paard, ezel, kameel en olifant, maar ook zeeleeuw, tuimelaar en vleermuis. Ook is er een vier tepel, een jong concept. Die vinden we bij de koe en de walrus. Beide modellen treffen we aan bij de mens.

De natuur heeft ervoor gezorgd dat er bijna altijd een paar tepels over zijn. Er kan er eens eentje uitvallen of er komt een jong meer dan gedacht. Een das heeft bijvoorbeeld zes tepels en krijg twee tot drie jongen.

Mastomys

Maar de Zuid-Afrikaanse rat Mastomys tart deze logica. Die heeft 24 tepels en krijgt gemiddeld 8,5 jong. En dan zijn er ook nog beesten met twee tepels die meer dan twee jongen groot brengen, zoals de geit en het konijn. De kleintjes wisselen elkaar gewoon af.

Eigenlijk doet elk dier maar wat. En dat kan bij varkens problematisch zijn. Elke big pikt een vaste speen in en duldt op deze persoonlijke voorziening geen concurrentie. De zwaarste biggen liggen vooraan bij de beste spenen en de overtollige broertjes en zusjes hebben het nakijken. Dan zorg je natuurlijk niet voor minder biggen, maar voor meer tepels. Logisch.