De generatietheorie als vorm van hokjesdenken

Deze krant portretteerde recent de generaties waarin we zijn opgegroeid. Maar passen we wel in de daarvoor bedachte hokjes?

Er was veel aandacht voor het hokjesdenken deze zomer. Dan heb ik het niet over de vraag over de hokjes waar we onze al dan niet gender neutrale behoefte doen. Nee, deze krant had elke dag een bijdrage over de generaties waarin we zijn geboren en opgegroeid. Veel commentatoren voelden zich op zijn minst ongemakkelijk bij de generalisaties die met het generatie-denken gepaard gaan. Generatie 'niks', of juist 'patatgeneratie'? Hoezo, ik? 

Hokjesdenker

Als wetenschapper mag ik mezelf professioneel hokjesdenker noemen. In onderzoek proberen we mensen op een zinvolle manier in hokjes in te delen. Vervolgens proberen we te snappen welke verschillende zaken hiervan het gevolg zijn: gedragen mensen in het ene hokje zich bijvoorbeeld anders dan mensen in het andere hokje. Wetenschappers onderscheiden zich van andere hokjesdenkers door drie dingen. Om te beginnen denken ze goed na over waarom een bepaalde onderscheiding in verschillende hokjes zinvol zou kunnen zijn (dat noemen we theorie). Vervolgens onderzoeken ze systematisch of die theorie in de praktijk ook klopt. Waarna ze de rest van de wereld in publicaties duidelijk maken wat er van de theorie wel klopt en wat er niet van klopt. Dat laatste brengt ook met zich mee dat ze de niet meer kloppende onderdelen van de theorie ook niet meer als 'waar' verkondigen. 

Bescheidenheid

Een leven lang werken in de wetenschap is één grote les in bescheidenheid: je leert dat de hokjes die we bedenken vaak te simpel zijn om mensen zinvol te onderscheiden en als we dat toch doen, dan blijken die hokjes maar weinig te verklaren van hoe die mensen zich gedragen. Dit heeft twee oorzaken: de variatie in de mensen zelf en de situaties waarin ze zich bevinden is groot en er zijn heel veel verschillende factoren die het gedrag van mensen tegelijkertijd beïnvloeden.
Wat betekent dit voor het generatiedenken? De generatietheorie gaat er van uit dat mensen sterk beïnvloed worden door de dingen die ze meemaken in hun jeugd en vroege volwassenheid. Omdat mensen die in dezelfde periode zijn geboren vergelijkbare dingen meemaken in die gevoelige periode, zullen ze ook vergelijkbare denkbeelden hebben en gedragingen vertonen. 

Op één hoop

Het hokjesdenken zorg er voor dat mensen uit dezelfde generatie voor de theorie op één hoop worden geveegd en als 'het zelfde' worden beschouwd. Mensen uit andere generaties worden juist als anders gezien. Dat is alleen zinvol als de verschillen binnen de groep klein zijn en de volgende generatie ook voornamelijk anders is. De beperking van de generatietheorie zit hem als eerste in het feit dat dezelfde gebeurtenissen voor mensen in verschillende situaties heel andere gevolgen hebben. Als lid van 'de verloren generatie' bracht ik mijn gevoelige periode door met studie aan school en universiteit, waar ik nog voor mijn afstuderen een baan kreeg. Hoezo crisis? Sommigen hadden er last van, maar de grote meerderheid wist zich ook in die tijd op verschillende manieren prima te redden. Vervolgens zijn er ook na de gevoelige periode veel zaken die het leven van generatiegenoten beïnvloeden. Na de crisis kwam namelijk de opleving en juist degenen die op dat moment op de arbeidsmarkt waren konden volop profiteren van werk en goedkope woningen. Het grootste bezwaar aan dit hokjesdenken is dan ook dat er geprobeerd wordt te veel zaken te concluderen die voor de meeste mensen niet blijken te kloppen.

Volledig scherm
© Annina Romita